ASE model

Uit Wikifysio
Ga naar: navigatie, zoeken

ASE-model (De Vries, 1988)

Inleiding

Het ASE-model model is gebaseerd op de theorie van gepland gedrag van Fishbein & Ajzen en inzichten van Bandura en gaat om het verklaren van gedrag. Dit model stelt dat gedrag verklaard wordt vanuit de intentie om dat gedrag te vertonen en dat de intentie op haar beurt wordt verklaard vanuit drie hoofddeterminanten:

  • attitude (A): hoe positief staat iemand ten aanzien van het gedrag (voor- en nadelen)?
  • sociale invloed (S): hoe positief staat de omgeving ten aanzien van het gedrag? (waargenomen

gedrag, waargenomen meningen, normen, ervaren steun)?

  • eigen effectiviteitsverwachting (E): kan iemand het gedrag vertonen (mogelijkheden,

vaardigheden)? Hoe specifieker het gedrag en de determinanten zijn geformuleerd, des te beter kunnen de determinanten het gedrag verklaren. Bijvoorbeeld: ‘twee keer per gaan week sporten’, is specifieker dan ‘meer bewegen’. Verondersteld wordt dat andere factoren, de zogenaamde externe variabelen, geen directe invloed hebben op gedrag, maar alleen via de determinanten. Bijvoorbeeld, sekse is niet direct van invloed op beweeggedrag, maar wel indirect: denk aan verschillen in attitude, waarbij jongens misschien meer willen bewegen om fit te zijn, en meisjes om af te vallen. Of denk met betrekking tot sociale invloed bijvoorbeeld aan typische mannen- en vrouwensporten zoals respectievelijk rugby en ballet: een meisje dat op rugby wil, kan te maken krijgen met een sociale omgeving die dit afkeurt en niet meisjesachtig vindt.

ASE.jpg ASE model

Bron:

Vries, H. de, Dijkstra, M., Kuhlman, P. (1988). Self-efficacy: the third factor besides attitude and subjective norm as a predictor of behavioural intentions. Health education research 3, nr.3, pp. 273-282. Overgenomen uit: Handboek Preffi 2.0: richtlijn voor effectieve gezondheidsbevordering en preventie. H. Kok, G. Molleman, H. Saan, M. Ploeg. Woerden, NIGZ 2005.


<google uid="C02" position="none"></google