Alleen dolende politici geloven in hogere AOW leeftijd, artikel

Uit Wikifysio
Ga naar: navigatie, zoeken

Alleen dolende politici geloven in hogere AOW-leeftijd

Auteurs

dr. Monique Frings en dr. Judith Sluijter, CORONEL instituut voor Arbeid en Gezondheid

Inleiding

De leden van de Tweede Kamer nemen beslissingen die passen in hun partijideologie en die volgens hen goed zijn voor Nederland en het Nederlandse volk. Daarbij mogen ze niet de werkelijkheid en de feiten uit het oog verliezen. In de discussie rond de AOW lijkt dit laatste echter toch het geval. Zie de PvdA die ermee akkoord is gegaan de eigen sociaal democratische verworvenheden terug te draaien. Wie wél met beide benen op de grond blijft staan en naar de feiten luistert, hoort vrijwel alleen argumenten tégen verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar. Dr. Judith Sluiter en prof. dr. Monique Frings-Dresen zijn verbonden aan het Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid, AMC Amsterdam; Roel Berghuis en Ruud Kuin zijn respectievelijk vakbondsbestuurders bij FNV Bondgenoten en ABVAKABO FNV met de werkgebieden spoor en gemeenten, waaronder brandweer en ambulance.

Historie AOW

We worden in Nederland steeds ouder, en dus is het gerechtvaardigd om de AOW-grens ook op te rekken, zo redeneert het kabinet. Klinkt logisch, ware het niet dat bij de vaststelling vanb de pensioenleeftijd in 1923 nooit is gekeken naar de levensverwachting in die tijd – en hier dus los van staat – én dat gemiddeld ouder worden geheel los staat van gezond ouder worden. Sterker nog, doordat we later dood gaan is de kans om chronische ziekten te krijgen toegenomen: 68 tot 75 procent van de Nederlanders boven de 65 jaar heeft één of meer chronische ziekten. Bovendien weten we uit Amerikaanse cijfers dat een aanzienlijk percentage mensen met een chronische ziekte fysieke of mentale beperkingen ervaart tijdens de uitvoering van werkzaamheden. Oplossingen voor deze belastbaarheidproblemen vragen om preventief beleid dat tijdig moet worden ingezet!

Kostenbesparing

Een ander argument van het kabinet om de AOW-leeftijd te verhogen naar 67 jaar is kostenbesparing. Ook deze redenering snijdt geen hout, omdat zeker nu al in sommige sectoren wel tot driekwart van de werknemers aangeeft uitgaande van de huidige gezondheidstoestand en de arbeidsomstandigheden de pensioenleeftijd van 65 jaar naar verwachting niet te zullen gaan halen. Preventieve maatregelen zijn dus nodig, en die gaan zeker geld kosten. Nederland is momenteel nog een van de landen in Europa met de hoogste arbeidsproductiviteit per werknemer. Verhoging van de pensioenleeftijd verlaagt de arbeidsproductiviteit, wat opnieuw leidt tot extra kosten. Zien de werkgevers dit zelf dan ook niet? Jazeker wel, maar zij kunnen ook heel goed rekenen. Verhoging van de AOW-leeftijd leidt tot een langere periode van pensioenopbouw en daarmee lagere pensioenkosten per jaar. Nopen de omstandigheden tot ingrijpen, dan gaan de ouderen er simpelweg als eerste uit, zo bewijzen de gebeurtenissen van de afgelopen jaren. En terug aan de bak komen is voor deze groep werknemers zelden haalbaar, zo getuigen de huidige ruim 130.000 gezonde werkloze 45-plussers die door de werkgevers als ‘te oud’ worden gezien en geen schijn van kans meer hebben. Welbeschouwd is het ‘AOW-probleem’ geen werkgevers- maar een overheidsprobleem. Namens deze laatste partij doet PvdA-minister Bos van Financiën nog wel een concessie door rekening te willen houden met de zogenaamde ‘bekende zware beroepen’, maar de criteria omtrent deze beroepen steunen op nauwelijks valide argumenten. En vanuit een ander gezichtspunt: ook talloze beeldschermwerkers en andere mensen actief in een ‘minder zwaar beroep’ dreigen met een burnout of anderszins voortijdig en arbeidsongeschikt uit te vallen. Om Bos nog maar wat meer ammunitie te geven waarmee hij zijn eigen redenering kan bestrijden: na de afschaffing van het Functioneel Leeftijds Ontslag bij 55 jaar voor medewerkers in belastende functies zijn de bonden naarstig op zoek gegaan naar aanvullende afspraken over een tweede loopbaanbeleid voor ouderen. Maar tot nu toe geven de werkgevers, inclusief de gemeenten, massaal niet thuis! Ondertussen zitten de werknemers en bonden nog steeds met een sociaal akkoord waarin ze akkoord zijn gegaan met een lage loonontwikkeling in ruil voor de nodige werkzekerheid. Die werkzekerheid hebben ze nog steeds niet; wel de zekerheid dat ze tot hun 67e moeten doorwerken voordat ze hun AOW-uitkering ontvangen. En wat krijgen ze in ruil voor de afschaffing van de VUT? Juist, later AOW. Welbeschouwd is het AOW-dossier een te beperkte agenda die nodig verbreed moet worden naar de échte thema’s die onder dit dossier schuil gaan. Hiermee komen we terug bij de onderwerpen die hierboven al aan bod kwamen: dat mensen nu al moeizaam gezond de pensioengerechtigde leeftijd halen; dat de zware beroepen zich niet meer beperken tot stratenmakers en dat fysieke en geestelijk werkbelasting overal bestaat; dat mensen wel langer leven maar dat 75 procent van de Nederlanders boven de 65 jaar een chronische aandoening krijgt; dat preventieve maatregelen nodig zijn om mensen langer inzetbaar te houden; dat 130.000 gezonde 45-plussers nu al niet aan de slag komen… Bos roept dan wel ‘kom maar op’, maar de eerste zet zal toch vooral van hem en zijn collegaminister van SZW moeten komen. Hoe denken zij deze vraagstukken te kunnen tackelen? Alleen dolende politici hebben geen antwoord op dit vraagstuk. Dus kom maar op met jullie oplossingen! Maar laat je alsjeblieft nu eindelijk wél eens adviseren door inhoudelijke experts.

Zb.jpg Hoe zo zwaar beroep?

Zie ook:

<google uid="C02" position="none"></google