Bindweefselherstel

Uit Wikifysio
Ga naar: navigatie, zoeken

Bindweefsel

Het lichaam is uitgerust met een bewegingsapparaat, dat bestaat uit botten, gewrichten, spieren en pezen, die elk hun eigen functies hebben. Als het bewegingsapparaat langere tijd een grotere belasting moet ondergaan dan de belastbaarheid toestaat, is de kans groot dat bepaalde weefsels beschadigd worden.

In de fysiotherapie speelt de behandeling van het bewegingsapparaat een centrale rol. De afzonderlijke structuren, die hierbij onderzocht en beïnvloed worden, bestaan voor het grootste gedeelte uit bindweefsel.

De fibroblast, de bindweefselvormende cel in het lichaam, maakt bindweefselvezels en grondsubstantie om weefsel bestand te maken tegen mechanische krachten. Collageen, elastine en glycoaminoglycanen zijn een paar van de vele fibroblasten gemaakte bouwstenen. Het bindweefsel dat zich overal in het lichaam in, om en tussen de organen bevindt, kan naar gelang de plaats waar het wordt aangetroffen een ander aspect vertonen. In het ene geval is het wat losser van structuur en heeft meer cellen, in het andere geval is het meer compact. Op grond hiervan kan men drie typen bindweefsel onderscheiden;

  • •Losmazig bindweefsel
  • •Reticulaire bindweefsel
  • •Vezelig bindweefsel

Functies van het bindweefsel

De functies van het bindweefsel zijn zeer veelzijdig en deels typisch voor een bepaald bindweefsel type. De volgende functies kunnen onderscheiden worden:

Losmazig bindweefsel:

Mechanische functie, in die zin dat het de organen, bloedvaten en zenuwen omgeeft, stevigheid gegeven. Ook heeft het een verbindende functie: afzonderlijke weefsels worden met elkaar verbonden. (vb: botten worden d.m.v. kapsels en banden met elkaar verbonden, maar ook met behulp van de spieren en hun pezen die aan de botten insereren). Het helpt bij herstellende processen in het lichaam (afweerfunctie) en het is ook voor de stofwisseling van belang.

Reticulaire bindweefsel:

Het heeft een informatie functie: bindweefsel en vooral het water dat zich daarin, bevindt hebben een belangrijke taak als informatiedragers en koeriers. Een transport- en voedingsfunctie: in het bindweefsel bevindt zich transportwegen voor de voedingsstoffen, die van de capillairen tot de cellen lopen, en voor de afvalproducten, die van de cellen naar de aders en de lymfevaten worden

Vezelig bindweefsel:

Het heeft een steunende functie: is in staat om tegen de zwaartekracht in op te richten. Ook heeft het een beschermende functie: bindweefsel bezit belangrijke beschermende functies voor cellen en inwendige organen, bijvoorbeeld op biomechanische wijze door de absorptie van krachten.


Bindweefselbeschadiging

Om weefsel te versterken of te herstellen na een verwonding moeten fibroblasten zich kunnen verplaatsen. Hun celinwendige met een celskelet en een contractiemechanisme van eiwitten maakt dit kruipen door weefsel mogelijk.

Na een weefselbeschadiging worden fibroblasten intensief betrokken bij het herstel. Een ontstekingsproces activeert ze, waarna ze zich vermenigvuldigen en het wondgebied omvormen in een functioneel littekenweefsel. Ze doen dit het beste wanneer het beschadigde weefsel tijdens het genezingsproces zo goed mogelijk wordt gebruikt voor de dagelijkse handelingen. Het litteken kan dan weer optimaal functioneren. De fibroblasten krijgen met lokale mechanische prikkels zinvolle informatie aangereikt om herstel optimaal te doen verlopen. Ze zijn dan op de hoogte van de eisen waaraan het te repareren weefsel weer zal moeten voldoen. Invloeden van elders uit het lichaam zoals hormonen, voeding en de fysieke en psychische gesteldheid dragen eveneens bij aan het weefselherstel.


Bindweefselherstel

Bij weefsel beschadiging worden diverse ontstekingsfactoren geactiveerd en in het wondgebied verschijnen fibroblasten vanuit omringende weefsels in een wond. Er vind vanaf dat moment een overgang plaats van alarmering en activering naar herstel.

De ontstekingsfase wordt minder heftig en de herstelfase treedt in. Na vier tot vijf dagen vindt al een aanzienlijke synthese van matrixcomponenten en collageen plaats, die voortduurt tot het moment dat de wond door bindweefsel is overbrugd. Deze periode van reparatie noemt men de proliferatiefase. Ook wordt de term fibroblastenfase gebruikt, maar hierbij wordt over het hoofd gezien dat ook de bloedvaatjes sterk prolifereren. In de eerste week vermeerderen de fibroblasten zich en capillairen groeien het wondgebied in. Samen vormen ze een granulatieweefsel. De in een open wond zichtbare rode korrelige structuren zijn de zich vormende capillairen. In weefsels zoals huid en ligamenten vindt wondcontractie plaats, omdat myofibroblasten in 3 tot10 dagen de wondranden samentrekken. Na een week is de productie van collageen goed op gang en deze productiefase duurt drie tot vier weken. De sterkte van het pasgevormde littekenweefsel is dan nog niet groot. Aansluitend vindt een organisatiefase plaats die nog vele maanden tot meer dan een jaar in beslag kan nemen. Langzaam maar zeker wordt in die fase de treksterkte van het litteken aangepast aan de mechanische eisen, maar de oorspronkelijke structuur zal nooit volledig worden hersteld. Met het ingroeien van zenuwvezels in het litteken kan het gebruik door de persoon weer worden waargenomen en vanaf dat moment vindt de integratie van het littekenweefsel in het dagelijkse gebruik plaats (integratiefase).


De fases in het bindweefselherstel en hun kenmerken:

BW.JPG


Echografie

Door middel van echografie is het mogelijk om het herstel van bindweefsel te volgen. Zoals hierboven beschreven, bevat het bindweefselherstel verschillende fasen. Het is belangrijk om het beschadigde weefsel goed en adequaat te behandelen. Met behulp van echografie kan er tijdens een behandeling gekeken worden naar het herstel van desbetreffend weefsel. Hierdoor kan het genezingsproces worden gevolgd, waardoor een eventuele behandeling kan worden voortgezet, geannuleerd of veranderd. Dit kan zowel gedurende het fysiotherapeutisch onderzoek als tijdens de fysiotherapeutische behandeling. Het genezingsproces kan hierdoor nauwkeurig gevolgd worden, ook kan er een optimale behandeling plaatsvinden aan de hand van de kennis over de actualiteit van het beschadigde weefsel.

Wanneer er kennis is over de actualiteit van het weefsel, dan kan er bepaald worden in welke mate het weefsel weer belastbaar en dus trainbaar is. Het is daarom dus mogelijk om met de kennis die er is geconstateerd uit het echografisch onderzoek, te bepalen of een behandeling kan worden voortgezet of gewijzigd moet worden.


De echobeelden vertonen specifieke kenmerken in de verschillende fasen van het bindweefselherstel, deze staan hieronder beschreven;


  • Ontstekingsfase:

De ontstekingsfase heeft betrekking op de eerste vijf dagen nadat het trauma heeft plaatsgevonden. Wanneer het eerste contact met de fysiotherapeut binnen deze periode plaats vindt, kunnen er door middel van het echografisch onderzoek een aantal bevindingen gedaan worden. Over het algemeen wordt dit in combinatie met het fysiotherapeutisch onderzoek uitgevoerd.

Er is een dikte toename van het weefsel waar te nemen op echografische beelden. De haard van de ontsteking beeld zich echoarm af.


  • Profilatiefase / wondcontractiefase:

Tijdens deze fase, die normaliter drie tot twintig dagen in beslag zal nemen, wordt het wondgebied verkleind. Dit zal op de echografische beelden goed te zien zijn, doordat de ontstekingshaard op de echografische beelden kleiner is geworden. Dit kan zelfs nadrukkelijk bewezen worden, wanneer de afmetingen van de ontstekingshaard tijdens het eerste echografische onderzoek zijn gemeten. Dit veranderde beeld is te wijten aan het herstel van het weefsel.

Op de echografische beelden is tijdens deze fase een afname van het verdikte weefsel te zien, in vergelijking met de ontstekingsfase. Het weefsel is echter nog wel echoarm.


  • Productiefase / organisatiefase:

Deze fase van herstel duurt erg lang, er mogen hiervoor dan ook een aantal maanden tot een jaar voor gerekend worden. Het weefsel zal nooit helemaal 100% herstellen. In deze fase wordt er een litteken gevormd op de plaats waar de pathologie zijn intreden heeft gedaan. Tijdens deze laatste fase van herstel neemt de belastbaarheid van het weefsel toe. Dit is met dynamische echografische opnamen goed te diagnosticeren, doordat er geen grote ontstekingshaarden aanwezig zijn en de weefselstructuur meer en meer op dat van het normale weefsel begint te lijken.

Op de echografische beelden is tijdens deze fase een nog verdere afname van de dikte van het weefsel waar te nemen, in vergelijking met de profilatiefase. Op de plaats van de pathologie zijn vrijwel geen echoarme ontstekingshaarden meer waar te nemen. Het aangedane weefsel is op de echografische beelden weer vergelijkbaar met het gezonde weefsel. Het weefsel is nu niet meer echoarm.

Zie ook: