Biopsychosociale model

Uit Wikifysio
Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding

Het biopsychosociale model Het mensbeeld dat ten grondslag ligt aan fysiotherapie is een mensbeeld waarin de mens wordt beschouwd als een eenheid van lichaam en geest in een interactie met zijn omgeving waarin lichaam en geest elkaar wederkerig beïnvloeden. Vanuit de opvatting dat fysiotherapie zich richt op natuurlijke fysieke en [[gedragsmatige herstel- en aanpassingsprocessen]] is een empirisch-analystisch, conceptueel model voor de fysiotherapie ontwikkeld en uitgewerkt dat geschikt is om gezondheidsproblemen van patiënten waarmee fysiotherapeuten worden geconfronteerd inzichtelijk te maken. Dit biopsychosociale model heeft zowel biomedische als psychosociale kenmerken en doet recht aan de wederkerige beïnvloeding van lichaam en geest van de mens in zijn omgeving. Dit conceptuele model maakt het mogelijk bij verschillende gezondheidsproblemen de ene keer in respect voor de persoon de aandoening een meer centrale plaats te geven en de andere keer in acceptatie van de aanwezigheid van een aandoening de persoon meer centraal te stellen. In het biopsychosociale ziektemodel is sprake van drie dimensies: de biologische, de psychologische en de sociale.


Geschiedenis

In de Gezondheidszorg is men sinds begin jaren '80 van de vorige eeuw meer overgegaan van een biomedisch model - waar alleen naar lichamelijke klachten gekeken wordt - naar een biopsychosociaal model. Dat wil zeggen dat men zich realiseerde dat het functioneren van mensen niet alleen wordt beïnvloed door biologische factoren, maar ook door persoons- en omgevingsgebonden factoren. Pijnbeleving wordt veroorzaakt en instandgehouden door een complexe verzameling van en samenhang tussen biologische, psychologische en sociale factoren.

Integrale benadering

Revalidatie bij chronische pijn wordt volgens deze ‘gedragsgeoriënteerde revalidatie’ principes uitgevoerd. In de integrale benadering volgens het biopsychosociaal model is aandacht voor lichamelijke en psychosociale aspecten. Hierbij maken we onderscheid tussen:

  • biomedische bevindingen
  • pijnklachten
  • beperkingen die de persoon ondervindt in het dagelijks leven

Hoewel ze onderling sterk samenhangen overlappen deze drie aspecten elkaar slechts gedeeltelijk. De biomedische factoren, die oorspronkelijk de pijn bepaalden, spelen na verloop van tijd een ondergeschikte rol, terwijl de beperkingen voor de revalidant in het dagelijkse leven kunnen toenemen. Tijdens de revalidatiebehandeling wordt de aandacht verlegd van "wat heeft de persoon?" naar "wat doet en hoe denkt de persoon?"

De patiënt met pijn moet actief participeren in een behandeling, wil er kans van slagen zijn. De behandeling moet bestaan uit een pakket van maatregelen, waarmee zowel de lichamelijke, alsook de psychische en maatschappelijke aspecten veranderd worden. Tenslotte is ook de aandacht voor de directe omgeving van cruciaal belang: hoe denkt de partner over het probleem en wat zijn gevolgen met betrekking tot werk en overige tijdsbesteding?

Zowel in de onderzoeks- als in behandelfase is het van groot belang de naaste omgeving bij het behandel- en veranderingsproces te betrekken.


Ziekte en ziek zijn

Het verschil tussen biomedisch en biopsychosociaal laat zich het best illustreren aan de hand van de begrippen 'ziekte' en 'ziek zijn'. Ziekte heeft algemeen gesteld een objectief vastgestelde lichamelijke oorzaak. Ziek zijn is de subjectieve ervaring dat er een ziekte aanwezig is en verwijst meer naar ziektebeleving. Het biomedisch model richt zich op de ziekte, het biopsychosociaal model meer het op het ziek zijn als een resultaat van complexe samenhang van biologische, psychologische en sociale factoren. Psychische en sociale factoren zijn niet (altijd) het gevolg van een aandoening, maar ze bepalen mede de intensiteit van de pijn en kunnen pijnklachten uitlokken en onderhouden.

Het biopsychosociale model wordt nu ook wel Meer Dimensioneel Belasting- Belastbaarheidsmodel, MDBB genoemd.

Zie ook:

<google uid="C02" position="none"></google