Communicatie aspecten fysiotherapie bij biopsychosociale benadering

Uit Wikifysio
Ga naar: navigatie, zoeken

Fysiotherapeuten kunnen een communicatiestijl toepassen die past bij een biopsychosociale benadering, maar er is ruimte voor verbetering

Inleiding

Fysiotherapeuten zijn vaak getraind in het onderzoeken en behandelen vanuit een biomedisch perspectief. De laatste jaren stapelt het bewijs zich op dat een gedragsmatige benadering gunstige effecten geeft bij rug- en nekpijn. Het belang van psychosociale factoren wordt daarbij onderkent. Een fysiotherapeutische benadering waarbij het zelfsturend vermogen, Self efficacy (zelf-management) van de patiënt wordt aangesproken past bij een biopsychosociale benadering. Een cognitief-gedragsmatige benadering waarbij men de patiënt leert zelf de moeilijkheden op te lossen die hij ondervindt van zijn gezondheidsprobleem, blijkt effectief te zijn bij lage rugpijn. Het toepassen van een dergelijke benadering vraagt een communicatiestijl van de fysiotherapeut die gericht is op een gelijkwaardige samenwerking met als doel het versterken van de zelfsturing en zelfstandigheid van de patiënt.

De auteurs in het huidige artikel onderzochten of fysiotherapeuten instaat zijn een dergelijk communicatiestrategie aan te leren en toe te passen.


Methode

Het oorspronkelijke materiaal voor deze analyse maakt onderdeel uit van een RCT naar twee vormen van fysiotherapie: 'Solution Finding Approach' (SFA) versus de McKenzie benadering. Tien van de achtentwintig fysiotherapeuten voerden in dat onderzoek beide protocollen uit. De data van deze tien therapeuten vormden het uitgangspunt voor het huidige onderzoek. Veertien fysiotherapeutische onderzoeksessies van patiënten die voor het eerst bij de fysiotherapeut kwamen werden op video opgenomen en gescoord met behulp van de Involvement and Empowerment of Patients in Physiotherapy Assessment Rating Tool (IMPART). Dit observatie instrument werd speciaal voor dit onderzoek ontwikkeld omdat er geen ander geschikt instrument voorhanden was. Voorafgaande aan het onderzoek werden de deelnemende fysiotherapeuten in beide protocollen getraind. De training in SFA bestond uit gerichte communicatietraining, inclusief rollenspelen. De therapeuten werden aangemoedigd deze benadering eerst op 5 patiënten te oefenen voordat de video observaties gemaakt werden. In een terugkom middag werden de ervaringen onderling uitgewisseld.


Observatie instrument

De IMPART bestaat uit 31 items (zie bijlage): 15 items beschrijven strategieën die gericht zijn op het betrekken van de patiënt bij de behandeling (involvement). 16 items beschrijven strategieën die de patiënt helpen disfunctionele (ziekte)opvattingen te herkennen en helpen hem zelfmanagement strategieën te formuleren (empowerment). De 31 items zijn een selectie uit de 'Calgary Cambrigde Observation Guide´ (kurtz, e.a. 1998). Een vierpunts likertschaal werd gebruikt om aan te geven in hoeverre elk item toegepast werd (0 = zeer onbevredigend; 4 = zeer goed). Twee fysiotherapeuten beoordelen ieder 8 video´s en behaalden een inter-beoordelaar overeenkomst van 86% op de IMPART scores.


Resultaten

Uit de analyse van de video-observaties blijkt dat de fysiotherapeuten tijdens de probleem oplossende benadering (SFA) significant meer involvement en empowerment strategieën gebruiken dan tijdens de McKenzie benadering. Nadere analyse laat echter ook zien dat de fysiotherapeuten tijdens beide benaderingen nog niet optimaal gebruikmaken van involvement en empowerment strategieën.


Samenvattend

Fysiotherapeuten zijn na een korte training instaat om invlovement en empowerment strategieën flexibel in te zetten, afhankelijk van de benadering die ze kiezen. Echter er is ook nog ruimte voor verbetering in het toepassen van deze communicatiestrategieën.


IMPART Involvement

  • Introductie van de therapeut.
  • Geeft doel en structuur van de sessie aan.
  • Verkent de hulpvraag.
  • Verkent de patiënt zijn ideeën-verhaal.
  • Demonstreert actieve luistervaardigheden.
  • Fysiotherapeut controleert of hij het juist begrepen heeft.
  • Effect op recreatieve activiteiten.
  • Effect op gezin-familie.
  • Effect op werkhervatting.
  • Effect op emotioneel welzijn.
  • Vraagt naar patiënt zijn verwachtingen.
  • Fysiotherapeut behandelt patiënt gelijkwaardig.
  • Fysiotherapeut demonstreert empathie.
  • Fysiotherapeut en patiënt bepalen hun informatiebehoefte.
  • Fysiotherapeut helpt patiënt SMART doelen te definiëren.

IMPART Empowerment

  • Verkent patiënt zijn opvattingen over de oorzaak.
  • Opvattingen over activiteit en schade.
  • Opvattingen over pijn en schade.
  • Stelt onjuiste opvattingen ter discussie.
  • Fysiotherapeut biedt zijn visie aan over de oorzaak van de patiënt zijn fysieke- en functionele problemen.
  • Fysiotherapeut geeft heldere uitleg.
  • Verkent patiënt zijn zorgen.
  • Stelt patiënt gerust.
  • Fysiotherapeut bevordert een positieve attitude.
  • Fysiotherapeut richt zich op vermogens in plaats van onvermogen.
  • Fysiotherapeut helpt patiënt bij het vinden van specifieke functionele activiteiten die hij weer kan hervatten.
  • Fysiotherapeut helpt de patiënt oplossingen voor zijn probleem te vinden.
  • Patiënt wordt aangemoedigd om praktische oplossingen te vinden voor de gevonden barrières.
  • Fysiotherapeut moedigt de patiënt aan zijn normale activiteiten te hervatten.
  • Patiënt wordt bewust gemaakt van het belang van doseren (Pacing).
  • Fysiotherapeut helpt de patiënt met flare-ups om te gaan.

Bron:

Green, A. J., Jackson, D.A., Klaber Moffett, J.A. (2008). "An observational study of physiotherapists' use of cognitive-behavioural principles in the management of patients with back pain and neck pain." Physiotherapy in press.

[1] drs. P. van Burken

Zie ook: