Corestability

Uit Wikifysio
Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding

Core Stability (CS) is momenteel een veel besproken onderwerp. In dit hoofdstuk zal besproken worden wat CS nou eigenlijk precies inhoudt. Er zullen aandachtspunten gegeven worden. Vervolgens zal uitgelegd worden hoe een CS training eruit kan zien. Tot slot zal de anatomie van de romp besproken worden. Hierdoor zal het makkelijker zijn te begrijpen wat CS inhoudt. Voor het lezen van deze scriptie en het kunnen beantwoorden van de hoofdvraag is het belangrijk deze informatie te weten.

Geschiedenis Core Stability training

De laatste tien jaar is de betekenis van CS training veel veranderd. In de jaren ’70 en ’80 was CS ook wel te vergelijken met oefeningen die gedaan werden bij yoga of pilates. Tegenwoordig is het veel meer dan die oefeningen. Het is veel breder geworden. Wanneer meer mensen iets over CS te weten kwamen was het al 1990. Er werd toen voorspeld dat het een echte trend zou worden. Het is in eerste instantie echter veel gebruikt bij revalidatie. Het kwam dus eigenlijk via de fysiotherapie pas rond 2000 binnen bij de reguliere sporten (Wikipedia, z.j.).

Het begrip ‘Core’

Ten eerste moet duidelijk zijn dat ‘Core’ hetzelfde is als ‘romp’. Er is in een bekend blad, ‘Sport medicine’, een groot artikel uitgekomen dat gaat over CS. Er wordt eerst aangegeven wat de romp is. Het rompskelet bestaat uit de ruggenwervel, heupen, bekken, proximale onderste ledematen en de buik. De spieren zijn vooral die van de romp en het bekken. Deze spieren moeten voor de handhaving van de stabiliteit van de ruggenwervel en het bekken zorgen. Verder wordt er aangegeven dat die spieren zorgen voor de goede energie transfer, van grote delen van het lichaam naar kleine delen van het lichaam. Naast de lokale functies van de romp als stabiliteit en krachtgeneratie is de romp bij bijna alle bewegingen betrokken (Kibler en Press en Sciascia , 2006).

In een andere benaming wordt ‘Core’ ook wel het ‘Powerhouse’ genoemd. In het kort wordt er gezegd dat de romp het centrum is van de functionele kinetische keten en de ‘fundering’ van alle beweging van de ledematen. Dit ‘Powerhouse’ wordt ook wel omschreven als een doos met de buikspieren als voorkant en de rugspieren en de bilspieren als achterkant. Het diafragma als bovenkant en de spieren van het bekken en de heupen als bodem (Akuthota en Nadler, 2003).

Onder ‘Core’ worden dus vooral het rug, buik en bekken gebied verstaan. Dit gebied is heel erg belangrijk voor het bewegen en het verplaatsen. De handelingen van de ledenmaten gebeuren vanuit dit gebied (Hein, 2004). Hiermee is duidelijk wat ‘Core’ inhoud en dit zal de in de rest van de scriptie dan ook zo gebruikt worden.

Het begrip ‘stabiliteit’

Voordat het gehele begrip CS besproken wordt, zal eerst het begrip stabiliteit besproken worden. Voor je gewrichten zijn drie aspecten van belang, namelijk:

  • - Actief systeem; de spieren
  • - Passief systeem zoals de beenderen, ligamenten en gewrichtskapsels
  • - Neuraal systeem met name het aansturingmechanismen van de spieren

Wanneer deze systemen optimaal ontwikkeld zijn en samenwerken zodat ze op een efficiënte manier krachten kunnen overbrengen, dan spreekt men van stabiliteit.

Het actieve systeem (de spieren) zal hieronder nog wat verder uitgelegd worden. Er is onderscheid te maken in spieren die mobiliseren en spieren die stabiliseren. Mobiliserende spieren hebben als doel kracht te leveren om een bepaald lichaamsdeel te laten bewegen. De stabiliserende spieren zorgen ervoor dat een bepaalde gewrichtspositie behouden wordt. Ook controleren deze spieren bewegingen. Deze stabiliserende spieren zijn nog op de delen in de globale stabilisatoren en de lokale stabilisatoren. De lokale stabilisatoren leveren continue activiteit in alle gewrichtsposities en in alle bewegingen. Ze werken dus vooral isometrisch en zijn diep gelegen. De globale stabilisatoren zorgen weer meer voor de afremming (excentrisch). Ze werken dan ook niet continu. De globale mobilisatoren werken bij een grote, of snelle beweging. Bij het actieve systeem is het voor een goede stabiliteit nodig dat de lokale stabilisatoren, de globale stabilisatoren en de globale mobilisatoren in evenwicht zijn. Bij bewegingen komen vaak, veel spieren kijken. Veel spieren moeten aangespannen worden. De lokale stabilisatoren moeten altijd goed werk leveren. Tijdens elke beweging zijn die nodig. Een voorbeeld hiervan vinden we in de lage rug, waar de m. musculus transversus abdominis (diepe dwarse buikspier) en de m.musculus multifidi (kleine diepe rugspiertjes) zorgen voor de stabiliteit en de neutrale positie van de lumbale lordose. Daarbij moeten de locale stabilisatoren ook activeren. Het exentrische werk is daarbij ook van belang. Bij grote krachtige bewegingen (globale mobilisatoren), is het belangrijk dat de vorige twee systemen goed werken. De drie soorten spieren spelen bij een dergelijke grote beweging namelijk altijd wel een rol. De bewegingen moeten gecontroleerd zijn. Dit zal niet het geval zijn, wanneer de eerste twee soorten spieren niet goed werken.

Er moet d.m.v. stabiliteitstraining dan ook voor gezorgd worden dat er geen disbalansen ontstaan. Dit zal het geval zijn wanneer één van de spiersoorten niet goed werkt, er een disfunctie is (Friant, z.j.) / (Marshall en Bernadette en Murphy, 2005).


Definitie van Core Stability

Nadat duidelijk is wat ‘Core’ en ‘Stability (stabiliteit)’ inhoud zal ingegaan worden op het gehele begrip. Het is heel erg lastig om één definitie van CS te noemen, omdat er geen geaccepteerde definitie is. Door Kibler e.a. (2006) wordt wel aangegeven wat zij verstaan onder CS. In zeer veel studies komt het neer op deze definitie. Dit is ook de rede dat deze definitie gebruikt zal gaan worden in deze scriptie: ‘De capaciteit om de positie en de beweging van de romp over het bekken en het been te controleren, om optimale productie, overdracht en controle van kracht en beweging aan het eindsegment in geïntegreerde kinetische activiteiten reeksen toe te staan’ (Kibler e.a. , 2006, pag. 190). De romp is gewoonweg de basis waar vanuit veel bewegingen plaatsvinden. CS kan ook worden omschreven als: de spiercontrole rondom de romp om tijdens bewegingen altijd goede stabiliteit te houden in het rompgebied (Akuthota en Nadler, 2003).

Core Stability training

Nu er duidelijk is wat CS inhoudt, is het ook belangrijk te weten wat CS training precies is. Dit zal in deze paragraaf dan ook duidelijk gemaakt worden.

Inhoud Core Stability training

De romp zal stabiliteit moeten hebben voor het bewegen van de ledematen. Is dit niet het geval, dan zullen de alledaagse activiteiten, maar ook sportactiviteiten niet goed uitgevoerd kunnen worden. De romp vormt voorwaarde voor bewegen en verplaatsten. Het is het platvorm voor bewegen en handelingen van de ledematen. Alle bewegingen vinden plaats vanuit de romp. Er zal dan ook meer kans zijn op blessures wanneer er geen stabiliteit is in de romp. CS training heeft dan ook veel te maken met het begrip ‘functioneel trainen’. Dit wil eigenlijk niet meer zeggen dan dat de training een positief effect moet hebben op de ADL / en of sportprestaties. Bij functioneel trainen is de interactie tussen stabiliteit, mobiliteit en coördinatie erg van belang. Dit wordt in zeer veel studies zo beschreven. Met coördinatie wordt dan vaak de ‘intermusculaire coördinatie’ bedoeld. Dit zal dan ook terug moeten komen in de CS training. Er zal altijd ‘los’ getraind worden. Er zal dus niet gewerkt worden met vaste apparatuur. Bij het trainen met vrije gewichten wordt de rompmusculatuur genoeg aangesproken, in tegenstelling bij het trainen met vaste apparatuur. Bovendien komen ook de proprioceptieve en intermusculaire coördinatieve aspecten meer aan de orde. Hierdoor blijkt, mede beschreven in literatuur (Hein, 2004), dat de transfer naar sportprestaties goed zal zijn. Er is dan een positief resultaat te zien m.b.t. sportprestaties. De uitvoering van een bepaalde beweging zal bijvoorbeeld beter zijn. CS training is dus het trainen van rompstabiliteit. Het kan als een vorm van weerstandstraining beschreven worden. Beter is echter: coördinatietraining of stabiliteitstraining. Er kan tijdens deze training veel gewerkt worden met ‘fysio balls’ of ‘swiss balls’ Dit omdat het zorgt voor een instabiel vlak. Hierdoor krijg je meer spieractiviteit en het zenuwstelsel wordt meer getraind (Hein, 2004). Friant (z.j.) geeft aan, dat tijdens de CS training vooral getraind wordt op bewegingscontrole, evenwicht en fijne coördinatie. De oefenvormen vragen dan ook niet zo veel kracht. Een goede concentratie en controle is er echter wel degelijk voor nodig. Deze trainingen kunnen, zoals net beschreven met materiaal gedaan worden, maar ook wordt het vaak gedaan zonder materiaal (Friant, z.j.).

De definities zijn nu duidelijk. De invulling van de trainingen is echter discutabel. In verschillende onderzoeken wordt anders gedacht over de definitie van CS training. Het kan beschreven worden als coördinatie of als sportspecifieke training. Andere zeggen weer dat het krachttraining van de romp inhoudt( Akuthota en Scott en Nadler, 2004). Toch wordt er in deze scriptie aangehouden wat in dit hoofdstuk besproken is, dus coördinatie training, sportspecifieke training en functionele training. Deze komt in de literatuur dan ook wel het meeste voor. De tweede reden hiervan is, dat een andere vorm van CS training geen effect op zwemmers zal hebben. Wanneer we het over coördinatietraining hebben, zal de training moeten voldoen aan de eisen daarvan. Dit is de sensormotoriek, wat dus specificiteit inhoudt. Bij het zwemmen van groot belang. In het water is die sensormotoriek belangrijk om de techniek goed uit te kunnen oefenen. Het kan op de kant nog zo goed gaan, maar in het water kan is het compleet anders. De oefeningen moeten zeer specifiek zijn. Dit zal verder in deze scriptie nog uitgebreider aan bod komen (Bosch, 2007).

Zie ook:

Scriptie

  • Wetenschappelijk artikel[2]

Corestability op youtube

Fysieke klachten?

Fysiothrapeut.JPG Raadpleeg uw fysiotherapeut, specialist in beweging [4]

Kine.be.JPG Voor België [5]