De gevolgen van een veranderd artrokinematica van het werpen in het schoudergewricht, scriptie

Uit Wikifysio
Ga naar: navigatie, zoeken

De gevolgen van een veranderd artrokinematica van het werpen in het schoudergewricht

Achtergrond:

In meerdere studies is er geconcludeerd, dat er een toegenomen exorotatie en een verminderde endorotatie in de werpschouder bij bovenhandse sporten wordt ontwikkeld. Doelstelling: Door middel van een kritisch en systematisch vergelijkend onderzoek wordt getracht kennis te vergaren over de veranderingen, de gevolgen en de preventieve behandelingen van de werpschouder bij bovenhandse sporten. Aan de hand van dit doel is de volgende vraagstelling geformuleerd: Wat zijn de gevolgen van een veranderd artrokinematica van het werpen voor het schoudergewricht?

Dataverzameling en analyse:

De 16 recente artikelen zijn op methodologische kwaliteit beoordeeld aan de hand van de ‘Evidence Based Medicine’. De scorelijst Koes et al. (2000) is toegepast op 10 van de 16 artikelen. Met als basis de kwaliteitsbeoordeling worden van de veranderingen, gevolgen en preventie behandeling van de werpschouder bij bovenhandse sporten weergegeven. Door middel van de hypotheses worden relaties gelegd en onderliggende biomechanica verklaard.

Belangrijkste resultaten:

Door vaak te werpen vindt er een contractuur plaats van het posterior/inferior kapsel in de werpschouder. Het posterior/inferior kapsel wordt daardoor als een boog onder aan de schouderkop aangespannen, waardoor de schouderkop naar posterior/superior wordt geduwd. De subacromiale ruimte wordt minder voor de rotatorcuff spieren tijdens de late cocking fase. De rotatorcuff spieren worden ingeklemd tussen de tuberculum majus en rand van het gleniod. Zo ontstaat er een posterior/superior impingment ofwel een internal impingement (Burkhart 2003, Myers 2006 en Gokeler 2004). De inklemming van de diepe delen van de rotatorcuff spieren tussen de humeruskop en de rand van de glenoid kan ook tot partiele rotatorcuff ruptuur leiden (Corbière 2006). Door een veranderde biomechanica van de werpschouder komt er een hogere belasting op de bicepspees en op het posterior/superior deel van het labrum. In de overgang van de late cocking naar deceleratie fase kan de bicepspees en het superior deel van het labrum van het bot afgescheurd worden, ook wel het Type II SLAP letsel genoemd (Burkhart 2003 en Meister 2000). De contractuur van het posterior/inferior kapsel bevoorrecht de anterior schouderkop translatie. De vergrote belasting tijdens werpen van de werpschouder vermoeid het anterior kapsel en faalt dan. Dat leidt dan tot vergrote anterior translatie, waardoor er instabiliteit kan ontstaan. Dit ontstaat in late cocking en de acceleratie fase (Schmidt-Wiethoff 2004 en Meister 2000)

Slotbeschouwing:

De resultaten van de kritische analyse suggereren dat door een veranderde arthrokinematica met name de contractuur van het posterior/inferior kapsel de grootste oorzaak is van de schouderblessures van de werpschouder bij bovenhandse sporten. De schouderblessures zouden voorkomen kunnen worden door stretchen van het achterste kapsel en krachttraining van de rotatorcuff en de scapulathoracale spieren. In het algemeen zijn er over de preventie behandeling van de werpschouder weinig recente studies naar gedaan.

Bron:

Examenopdracht Hogeschool van Utrecht,Anique Hukker Juni 2006

Link:

[1]

Zie ook:

<google uid="C02" position="none"></google