Effectiviteit van arbocuratieve zorg tegen het licht, onderzoek

Uit Wikifysio
Ga naar: navigatie, zoeken

Samenvatting en conclusies

Inleiding

De Ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verkennen nut en noodzaak van een meerjarig kennisinvesteringsprogramma op het gebied van participatie en gezondheid. Voordat een wetenschappelijk kennisinvesteringsprogramma wordt gestart, is behoefte aan inzicht in welke kennis er al beschikbaar is, welke kennis onderbenut wordt en waar de belangrijkste kennisleemten zitten. Voor het aandachtsgebied betreffende de invloed van (arbo)curatieve zorg (werkwijze) op gezondheid, ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid, productiviteit en maatschappelijk rendement is Atos Consulting gevraagd een verkenning uit te voeren. Atos Consulting heeft het onderzoek laten uitvoeren door BS Health Consultancy.

Literatuurverkenning

Uit de inventarisatie van de reeds uitgevoerde wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat er vele nationale en internationale studies zijn gedaan naar de effectiviteit van interventiestrategieën ten behoeve van (lage) rugklachten. Ook zijn er wetenschappelijke onderzoeken gedaan naar de effecten van interventies op het herstel van functioneren in het werk bij psychische problemen. In de afgelopen jaren zijn in Nederland vele pilots en wetenschappelijke onderzoeken verricht naar de samenwerking tussen de bedrijfsgeneeskunde en de curatieve zorg, met name tussen bedrijfsartsen en huisartsen. De samenwerking blijkt onder andere door verschillende financieringssystemen en focuspunten (bedrijfsarts op werkhervatting en huisarts op genezing) lastig tot stand te komen. De inzet van multidisciplinaire teams met een professional die zich specifiek richt op terugkeer-naarwerk, lijkt meer effectief en realiseerbaar. Internationaal zijn geen wetenschappelijke onderzoeken gevonden over de samenwerking tussen de bedrijfsarts en de huisarts. De reden hiervoor is dat de scheiding in Nederland tussen enerzijds medische behandeling, en anderzijds de begeleiding van het ziekteverzuim, uniek in de wereld is. Uit de vele bestudeerde en geanalyseerde wetenschappelijke studies blijken uiteindelijk - ten tijde van het samenstellen van voorliggend rapport - 4 arbocuratieve interventiestrategieën wetenschappelijk te zijn bewezen en onderbouwd, dat wil zeggen dat er gewerkt is met een controlegroep werknemers om het effect van de interventie aan te tonen. Het betreft de volgende interventies, die ‘evidence based’ zijn aangetoond:

  • Participatieve werkaanpassing bij lage rugklachten;
  • Activerende begeleiding bij werknemers met psychische klachten;
  • Verwachtingen managen t.a.v. de aandoening en de terugkeer naar werk bij patiënten

die voor de eerste keer een hartinfarct hebben gehad;

  • ‘Return-to-work coördinator’: functionaris bij revalidatiecentra die specifiek wordt

ingezet om patiënten die langdurig ziek zijn (geweest) te begeleiden bij het hervatten van werk. De effectiviteit van de eerste twee genoemde interventies zijn in verschillende (Nederlandse) wetenschappelijke studies aangetoond. De effectiviteit van de interventie ‘participatieve werkaanpassing bij lage rugklachten’ is door middel van onder andere Nederlands wetenschappelijk onderzoek bewezen. De interventiegroep keerde gemiddeld 30 dagen eerder terug naar werk bij een investering van € 19 per dag. In geval van de inzet van de interventie ‘activerende begeleiding bij werknemers met psychische klachten’ keert de werknemer gemiddeld 21 dagen eerder terug. De derde interventiestrategie is alleen in een Nieuw-Zeelandse wetenschappelijke studie onderzocht. Aangetoond is dat werknemers gemiddeld 15 dagen eerder terugkeren naar werk. De effectiviteit van de vierde interventiestrategie is in een wetenschappelijke studie onder Nederlandse en Belgische revalidatiecentra aangetoond. Het effect betrof een toename van 30% van het aantal werknemers die terugkeerden naar werk.

Toepassing en onderbenutting

Op basis van een viertal vragenlijsten (enquête) onder ziekenhuizen, revalidatiecentra, arbodiensten en bedrijfsartsen is bepaald in welke mate de vier wetenschappelijk effectief bewezen interventiestrategieën in Nederland worden toegepast. De wetenschappelijk effectief bewezen interventiestrategie “participatieve werkaanpassing bij lage rugklachten” wordt volgens de bedrijfsartsen en arbodiensten regelmatig toegepast bij werknemers met lage a-specifieke rugklachten en prognostische ongunstige factoren. De interventie wordt relatief vaker toegepast door grote werkgevers met 500 en meer werknemers en neemt af naarmate de omvang van de werkgever kleiner wordt. Voor de sectoren Bouw, Handel, Vervoer en Horeca wordt deze interventie in relatief mindere mate toegepast ten opzichte van de andere sectoren. De mate van toepassing van de wetenschappelijk effectief bewezen interventie “activerende begeleiding bij werknemers met psychische klachten” is groter dan bij de interventiestrategie “participatieve werkaanpassing bij lage rugklachten”. Volgens bedrijfsartsen en arbodiensten zelf wordt deze interventie meestal toegepast. De interventie wordt, evenals bij de interventie ‘participatieve werkaanpassing bij lage rugklachten’, relatief vaker toegepast door grote werkgevers met 500 en meer werknemers en neemt af naarmate de omvang van de werkgever kleiner wordt. Voor de sectoren Openbaar Bestuur en Bouw wordt “activerende begeleiding bij werknemers met psychische klachten” in relatief mindere mate toegepast ten opzichte van de andere sectoren. Ten aanzien van de wetenschappelijk effectief bewezen interventie “managen van verwachting t.a.v. hartinfarct en de terugkeer naar werk” geven alle deelgenomen ziekenhuizen aan een informatiemodule in groepsverband of per individu aan te bieden aan patiënten die een hartinfarct hebben gehad. Ongeveer tweederde van de deelgenomen ziekenhuizen geeft aan specifiek aandacht te besteden aan werkhervatting. Dit vindt plaats doordat werkhervatting als één van de doelstellingen in het (individuele) actieplan wordt opgenomen of dat in gesprekken met de maatschappelijk werker of psycholoog werkhervatting wordt besproken. Er is geen specifieke functionaris in het multidisciplinaire team die zich primair richt op werkhervatting. Dit in tegenstelling tot de wetenschappelijk effectief bewezen interventie van “return-to-work coördinator” bij revalidatiecentra, die specifiek wordt ingezet om patiënten die langdurig ziek zijn (geweest) te begeleiden bij het hervatten van werk. Alle deelgenomen revalidatiecentra geven aan dat zij een specifiek programma hebben om een goede terugkeer naar werk van de patiënt te bespoedigen. Bij een kleine 40% van de revalidatiecentra is een functionaris werkzaam die specifiek wordt ingezet om werknemers te begeleiden bij het hervatten van werk. Ook een aantal van de deelgenomen ziekenhuizen geeft aan de behoefte te zien aan een integrale aanpak met een specifieke coach voor het begeleiden van patiënten bij het terugkeren naar werk.

Behoeften vanuit de praktijk

Vervolgens is in het onderzoek gekeken naar de oorzaken van het huidige ziekteverzuim en WIA-instroom en de behoeften vanuit de praktijk volgens geïnterviewden en de respondenten van de verschillende vragenlijsten. Uit onderzoek blijkt dat ruim de helft van het aantal werknemers de laatste keer hebben verzuimd als gevolg van klachten aan buik, maag of darmen, griep of verkoudheid of hoofdpijn. Wanneer deze veelal kortdurende verzuimredenen buiten beschouwing worden gelaten wordt het grootste deel van het verzuim veroorzaakt door klachten aan het bewegingsapparaat. Ongeveer 12% van de werknemers verzuimt vanwege rugklachten, 7% vanwege klachten aan de bovenste ledematen en 5% als gevolg van klachten aan de onderste ledematen. Circa 8% van de werknemers die verzuimen geeft als oorzaak psychische klachten, overspannenheid of vermoeidheid aan en 3% klachten aan luchtwegen. Circa 1% van de werknemers verzuimt vanwege hart- en vaatziekten. Een groot deel (36%) van de WIA uitkeringen in 2006 werden veroorzaakt door psychische klachten. Klachten aan het bewegingsapparaat is bij 20% van de WIA uitkeringen de diagnosehoofdgroep. Hart- en vaatstelsel, nieuwvormingen en zenuwstelsel vormen ook een aanzienlijk deel in het aantal WIA-uitkeringen. Met name de bedrijfsartsen hebben in de uitgezette on-line vragenlijst een aantal aandachtsgebieden benoemd waar kennisinvestering gewenst is. En wel met name t.a.v. de volgende vijf aspecten:

  • Samenwerking tussen bedrijfsgeneeskunde en curatieve zorg, mede vanuit een

multidisciplinaire benadering

  • Chronische aandoeningen, specifiek wordt kanker, hartinfarct, diabetes en

aandoeningen aan de luchtwegen genoemd

  • Ouderenbeleid c.q. leeftijdsbewustbeleid om werknemers langdurig inzetbaar te houden
  • Aandacht voor de contractvorm met de arbodienst/bedrijfsarts die werkgevers kiezen,

omdat de contractvorm in belangrijke mate bepalend is of de bedrijfsarts de interventie kan en mag uitvoeren.

  • Zelfredzaamheid van de kernpartijen werkgever en/of werknemers vergroten

Aanbevelingen kennisinvesteringsprogramma

Op basis van de literatuurverkenning, de analyse van de mate van toepassing en onderbenutting van de wetenschappelijk effectief bewezen interventiestrategieën en de behoeften vanuit de praktijk kunnen de volgende gesignaleerde leemten (onderbenutting) worden opgenomen in het beoogde meerjarige kennisinvesteringsprogramma. Daarbij wordt enerzijds onderscheid gemaakt naar “Quick wins” voor de korte termijn en input voor het onderzoeksprogramma voor de langere termijn. Anderzijds wordt verschil gemaakt in onderzoekssuggesties en procesverbeterpunten. In bijlage 3 van het rapport worden deze punten in tabelvorm gepresenteerd.

Suggesties “ Quick wins” kort lopende onderzoeken

  • Evaluatieonderzoek van reeds bestaande “spontane” praktijkvoorbeelden op het gebied

van de samenwerking tussen bedrijfsgeneeskunde en curatieve zorg en het uitdragen van deze resultaten.

  • Analyse en openbare publicatie van de (UWV-)gegevens over de beoordelingen ten

aanzien van het uitgevoerde re-integratieproces door de verzekeringsartsen, als ondersteuning van de verbetering van het re-integratieproces in de toekomst.

  • Directe vastlegging (effectief aangetoonde) resultaten van de onderzoeken die momenteel

worden uitgevoerd, in richtlijnen en uitdragen naar de beroepsbeoefenaren. Bijvoorbeeld bij de onderzoeken naar ‘participatieve werkaanpassing bij psychische klachten’, ‘transmuraal bedrijfsgezondheidszorg voor lage rugklachten’, ‘trainingsprogramma voor werknemers met een chronische aandoening’ en ‘re-integratie na hartinfarct’.

Suggesties “Quick wins” procesverbeterpunten

  • Toepassing van effectief bewezen interventies ook mogelijk maken bij kleine werkgevers

(< 99), bijvoorbeeld in samenwerking met branche-organisaties. Door zowel het ontbreken van en het soort contractering met arbodiensten is sprake van onderbenutting van de effectief bewezen interventiestrategieën bij kleine werkgevers. Hier ligt een belangrijke taak voor branche-organisaties en/of MKB-Nederland.

  • Het door arbodiensten/bedrijfsartsen meer inzetten van de interventie “participatieve

werkaanpassing bij lage rugklachten” bij de sectoren Industrie, Bouw, Vervoer, Zorg, Landbouw & Visserij, dan nu in de praktijk het geval is.

  • Het door arbodiensten/bedrijfsartsen meer inzetten van de interventie “activerende

begeleiding bij psychische problemen” bij de sectoren Industrie, Openbaar Bestuur, Onderwijs en Zorg en Landbouw & Visserij, dan nu het geval is.

  • In meerdere mate werken met multidisciplinaire teams en meer aandacht voor de factor

arbeid in de curatieve zorg

Kennisleemten wetenschappelijk onderzoek voor de langere termijn

  • Wetenschappelijk bewezen effectieve interventiestrategieën ten behoeve van klachten

aan bovenste en onderste ledematen, dat wil zeggen onder andere armen en benen.

  • Wetenschappelijk bewezen effectieve interventiestrategieën ten behoeve van werken

met (chronische) aandoeningen zoals kanker, diabetes en COPD.

  • Wetenschappelijk bewezen effectief leeftijdsbewust beleid bij werkgevers en sectoren

om (oudere) werknemers langdurig inzetbaar te houden (relatie met ‘Verkenning 6’ van het overkoepelend thema ‘Participatie en Gezondheid’).

  • Meer wetenschappelijk onderzoek naar het werken met, en de effectiviteit van

multidisciplinaire teams in de praktijk.

  • Onderzoek in de praktijk naar de zelfredzaamheid werkgevers en werknemers om

gezamenlijk problemen op te lossen en de leidinggevende nadrukkelijker te betrekken bij de begeleiding en vroegsignalering. Ondanks weinig wetenschappelijk onderzoek tot nu toe zijn er wel vele praktijkvoorbeelden waarbij werkgevers en werknemers actief bezig zijn met een snelle terugkeer bij ziekte en de verbetering van de participatie en productiviteit van werknemers.

Suggesties procesverbeterpunten langere termijn

  • Verbetering van de informatie-uitwisseling tussen bedrijfsartsen en zorgverleners uit de

1e, 2e en 3e lijn met behulp van het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD).

  • Herinrichten van de terugkijkfunctie op het re-integratieproces.

Zie ook

Link