Frailty concept en fysiotherapie

Uit Wikifysio
Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding

Voor de profilering van de geriatrie fysiotherapie kan het concept Frailty (kwetsbaarheid) zeer zinvol zijn. Dit model is oorspronkelijk ontwikkeld door Linda Fried. Daarnaast is het concept Healthy Aging (gezonde ouder worden, bevorderen van de gezondheid en de levenskwaliteit van oudere mensen) in opkomst. In gedachten moet worden gehouden dat veroudering een heel divers beeld geeft. Die diversiteit van veroudering (multi-morbiditeit) maakt dat het feitelijk niet mogelijk is om met een (beweeg)norm te werken.

Cycle of Frailty

Frailty is een syndroom waarbij tekorten optreden in lichamelijke, voedingsgerelateerde, cognitieve en zintuiglijke vermogens. Er gaat een lang proces van veroudering vooraf aan het bereiken van de fase van Frailty. Belangrijk criterium daarbij is de achteruitgang van kracht. Tezamen met de achteruitgang van uithoudingsvermogen, maakt dit dat oudere mensen bijvoorbeeld steeds langzamer gaan lopen, zo langzaam dat zij dreigen om te vallen.

Fysieke component

De fysieke component is een belangrijk aspect van kwetsbaarheid, maar ook bij het voedingsgedeelte zitten problemen. Achter dat proces van interactie tussen voeding en bewegen zitten de ontstekingseiwitten (cytokines). Frailty hangt in feite nauw samen met alle andere ziektebeelden die we kennen; het gaat in alle gevallen om ontstekingseiwitten die woekeren in het lichaam en waar de mens ziek van wordt. Geprobeerd wordt nu om door bewegen die ontstekingseiwitten onder controle te krijgen en zeker voor mensen die heel kwetsbaar zijn, is krachttraining een zeer geschikte vorm van bewegen om in te zetten. Het gaat erom ervoor te zorgen dat mensen de kracht terug krijgen gerelateerd aan de mogelijkheden die zij hebben. Het gaat dan dus niet over een bewegingsnorm. Bij het Frailty syndroom zijn gewichtsverlies en vaak ook verlies aan spiermassa aan de orde, maar het probleem is vooral het verlies aan kracht. Dat heeft niet alleen met massa te maken, maar ook met neuronen. Opmerkelijk in het model van Fried is dat één proces er niet bij staat, namelijk het cognitieve proces. Linda Fried is begonnen met de fysieke kant van het verhaal maar als het gaat om zelfredzaamheid, dan is ook het cognitieve aspect van belang. Beide moeten in balans zijn. Als mensen ouder worden, en zeker als zij kwetsbaar ouder worden, moeten niet alleen hun voedingstoestand en conditie op peil worden gehouden, maar moeten zij ook cognitief blijven functioneren. In het nieuwe model van Fried is dat aspect wel meegenomen.

Bij patiënten wordt doorgaans naar klinische kenmerken gekeken, maar achter het ziektebeeld gaat het vaak om systemische kenmerken, zoals inflammatie. Dat proces maakt dat iemand ziek wordt en dat zou dus eigenlijk beïnvloed moeten worden. Die beïnvloeding begint feitelijk op een nog lager niveau, namelijk op cellulair niveau. De goede boodschap is dat bewegen zowel op cellulair niveau als op systemisch niveau invloed kan uitoefenen. Krachttraining kan met name de systemische inflammatie beïnvloeden,maar het is van groot belang dat de fysiotherapeut mensen niet te intensief laat trainen, want dan wordt het aantal cytokines alleen maar aangejaagd en worden mensen alleen maar nog zieker. Bewegingsarmoede leidt tot verminderd energieverbruik (BMR, basaal energieverbruik of basal metabolic rate) en bevordert daardoor gezondheidsrisico’s. De skeletspieren vormen het grootste orgaan in ons lichaam, als er geen spiercontractie meer is, dan zie je dat het metabolisch syndroom achteruit gaat. Bewegingsarmoede heeft niet alleen grote effecten op het metabolisch syndroom, maar ook op systemisch inflammatie en op het circadiane (biologisch) ritme. Het circadiane ritme wordt geregeld door de nucleus (de centrale klok in het lichaam), maar met het ouder worden valt de nucleus langzaam uit elkaar en regelt dus minder. Met name bij verzorgingshuisbewoners komt het veel voor dat de nucleus uit elkaar valt. Aangezien licht goed is voor die biologische klok, zouden die mensen dus eigenlijk naar buiten moeten in plaats van binnen te zitten. Bij mensen die dement zijn, werkt de nucleus geheel niet meer. Het brein heeft echter een zekere plasticiteit en is in staat om licht op te nemen, waardoor het slaap-/waakritme kan worden beïnvloed. Vooral demente mensen zouden daarom naar buiten moeten. Bewegen is dus van direct invloed op frailty, en een aantal metabole processen, systemische inflammatie én het circadiane ritme wat voor een belangrijk deel de kwaliteit van ons leven beïnvloed. De boodschap is dat achter het verouderingsproces ontstekingseiwitten zitten die wij kunnen beïnvloeden door onze spieren te bewegen. Als wij onze spieren bewegen, komen er myokines vrij die de pro-inflammatoire cytokines afremmen. Het heeft te maken met een juiste dosering om dat proces te beïnvloeden. We weten dat dit op kracht en ook op physical performance van invloed is. Hoe meer ontstekingseiwitten, hoe minder kracht, hoe minder prestatievermogen. Een daarmee samenhangend fenomeen is de afname van testosteron. Afname van testosteron leidt tot afname van kracht, omdat de vezelstructuur van onze spieren verandert. Dat hoort ook bij het proces van veroudering, het is een proces dat op cellulair niveau plaatsvindt maar ook dat is te beïnvloeden. Het testosteronniveau kan op peil gehouden worden, dat geldt niet alleen voor mannen maar even zo goed ook voor vrouwen. Inzicht in de mate van frailty geeft ook inzicht in de levensverwachting. Hoe hoger de frailty score is, hoe minder de kans is om te overleven. Dat heeft te maken met alle hiervoor genoemde elementen. Het verlies van kracht is een marker voor vroegtijdig overlijden. Door de kracht te meten van iemand op middelbare leeftijd, is het mogelijk om te voorspellen hoe oud hij wordt. Daar zijn rekenmodellen voor. Kracht is een belangrijke marker in het proces van ouder worden, en trainbaar.

Concept Healthy Aging

Healthy aging is een proces waarin de kansen op lichamelijke, sociale en geestelijke gezondheid worden geoptimaliseerd , zodat ouderen

  • actief aan de samenleving kunnen deelnemen
  • en een onafhankelijk leven kunnen leiden
  • met een goede levenskwaliteit (zelfredzaam)

Het heersende beeld is dat van een homogeen verouderingsproces, maar verschillende ziektebeelden laten een verschillend beeld van veroudering zien. Bij het denken over beweegnormen moet daarmee rekening worden gehouden. Bekend is ook dat de snelheid van veroudering in het lichaam niet gelijk is. Op 75-jarige leeftijd is iemand bijvoorbeeld de helft van zijn longcapaciteit en ook van zijn cognitieve capaciteit kwijt, maar het probleem is dat niet in alle opzichten bekend is hoe de veroudering eruit ziet. In het verouderingsproces kan in verschillende fasen geïntervenieerd worden. Veroudering is een transitieproces, en de fysiotherapeut wil eigenlijk weten in welke fase van de transitie mensen zitten. Belangrijk is om samen te werken met neuropsychologen, met voedingsdeskundigen en met huisartsen. Dat laatste omdat polyfarmacie een veel voorkomende oorzaak is van balansproblemen bij mensen. Door in een multifunctioneel team te werken, krijgt de fysiotherapeut de achterliggende oorzaken helder. Als mensen tussen hun 60ste en 70ste levensjaar driemaal per week bewegen, hebben zij 30% tot 50% minder kans om dementie te ontwikkelen. Ook als mensen dement zijn, is het van belang om ze te laten bewegen en om ze mee naar buiten te nemen. Daarmee wordt immers het brein geactiveerd doordat bewegen de productie van neurotransmitters beïnvloedt. Vroeger dacht men dat de dendriten (neurotransmitters, t.b.v. de communicatie tussen neuronen) afstierven, maar het blijkt dat deze door bewegen weer aangroeien. Door krachttraining te geven, kan dat dus beïnvloed worden. In proeven met muizen heeft men ontdekt dat de kwaliteit van de dendriten veel beter is bij muizen die iets moeten doen om hun eten te krijgen dan bij muizen die daarvoor geen moeite hoeven te doen. Een aantal bouwstenen voor age proof fysiotherapie

  • 1. Nadruk op lange termijn interventie strategie, rekening houdend met de dynamiek van veroudering. Vaststellen in welke fase iemand zit.
  • 2. Ontwikkeling multi-factoriële aanpak frailty. Kijk bijvoorbeeld ook naar de voeding.
  • 3. Gebruik monitoringsinstrumenten om lange termijn veranderingsprocessen te volgen, en om te zien waar nog kan worden ingegrepen.
  • 4. Ontwikkeling beweegnormen voor een heterogene groep frail ouderen is lastig. Het gaat er veel meer om te kijken waar

krachtverlies optreedt.

  • 5. Ga dat meten en ontwikkel daarop eentransmurale aanpak.

Een toenemend aantal ouderen komt niet meer in een verzorgingsof verpleeghuis terecht, maar moet thuis blijven. Een groot deel van de mensen die thuis woont, is qua frailty vergelijkbaar met mensen die in een verzorgings- of verpleeghuis wonen. De fysiotherapeut kan proberen om ook die groep te bereiken.


Zie ook

Link

  • Easycare meetinstrument[1]
  • Het effect van training op geriatrische patiënten met schouderpathologie, scriptie[2]
  • Kenniskring autonomie en participatie Hogeschool Zuyd[3]

Powerpoint/PDF

Youtube


Fysieke klachten?

Fysiothrapeut.JPG Raadpleeg uw fysiotherapeut, specialist in beweging [9]

Kine.be.JPG Voor België [10]