Het effect van McKenzie therapie bij lage rugklachten, scriptie

Uit Wikifysio
Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding

McKenzietherapie voor lage rugklachten: of je bent een fervente voorstander, of je vindt het niks. Een middenweg lijkt er niet te zijn. Na een gesprek met zo´n voorstander een goede reden om de therapie aan een nader onderzoek te onderwerpen. Ongeveer 80% van de bevolking van de westerse landen zal minstens één maal in hun leven last krijgen van lage rugklachten. De moderne levensstijl, degeneratieve aandoeningen, structurele afwijkingen en infecties dragen bij aan de hoge prevalentie van lage rugklachten (Brötz 2003). Rugpijn is de op één na belangrijkste reden waarom mensen naar de huisarts gaan (Petersen 2002). De kosten door werkverzuim en het gebruik van de gezondheidszorg zorgen ervoor dat lage rugklachten een grote invloed hebben op de economie (Brötz 2003). Er zijn veel verschillende soorten therapie voor lage rugklachten. McKenzietherapie is daar één van. De McKenziemethode gaat uit van het centralisatiefenomeen. Centralisatie is het terugdringen van uitstralende pijn vanuit de bil of been naar 2,5 cm van de wervelkolom (het centrum) of het doen verdwijnen van de pijn (Aina et al 2004, Di Fabio 1999, Werneke et al 1999). De methode maakt gebruik van mobilisatietechnieken en oefeningen, voornamelijk richting extensie (McKenzie 1999, Long 1999). In dit artikel zal de vraag “Heeft McKenzietherapie een beter effect op pijn en beperkingen in vaardigheden of activiteiten bij patiënten met lage rugklachten dan andere vormen van bewegingstherapie“ centraal staan.

Samenvatting

Vraagstelling:

Heeft McKenzietherapie een beter effect op pijn en beperkingen in vaardigheden of activiteiten bij patiënten met lage rugklachten dan andere vormen van therapie?

Methode:

Negen artikelen zijn geanalyseerd, vergeleken en beoordeeld. Resultaten: De onderzoeken vergelijken McKenzietherapie met massage, standaard advies, chiropractie,trainingstherapie, manipulatie met flexie- en extensieoefeningen, rugscholing en flexie en extensieoefeningen. De gebruikte meetinstrumenten zijn voornamelijk de Oswestry of Roland Disability Score en de Visueel Analoge Schaal voor pijn.

Discussie:

De opzet van de onderzoeken is verschillend. Ze vergelijken McKenzietherapie elk met een andere vorm van therapie. Daarnaast is McKenzietherapie in de meeste artikelen niet goed gedefinieerd, wat vergelijking moeilijk maakt.

Conclusie:

Er is op basis van de bestudeerde literatuur geen significant verschil in resultaat te zien tussen de diverse overige vormen van therapie met betrekking tot pijn en beperking in vaardigheden en activiteiten bij patiënten met lage rugpijn.

Auteur

Renate Zondag, Hogeschool van Utrecht, eindexamenopdracht afdeling fysiotherapie Juni 2005

Bron:

  • HBO-Kennisbank

Zie ook: