Magisch denken

Uit Wikifysio
Ga naar: navigatie, zoeken

Magisch denken, in psychologische zin, ook wel verzoeking van de goden in religieuze of bijgelovige zin, is het dwangmatige geloof van een persoon, dat zijn gedachten, woorden of handelingen een bepaalde gebeurtenis kunnen oproepen of verhinderen, waarbij algemeen geldende regels voor oorzaak en gevolg genegeerd worden.

Hieruit kan een dwangstoornis ontstaan. Patiënten die behept zijn met magisch denken, zijn bijvoorbeeld bang dat er iets ergs kan gebeuren, wanneer zij bepaalde handelingen al dan niet voornemen of bepaalde dingen wel of niet denken. Het grote verschil met dwangmatigheid is dat dwangmatigheid ervaren wordt als opgedrongen; vaak probeert de patiënt hier ook tegen te vechten. Dwangmatigheid is meestal een psychiatrische aandoening, alhoewel magisch denken ook kan optreden bij psychiatrische ziektes. Hierbij meent de patiënt met zijn gedachten dingen te kunnen beïnvloeden.

Voorbeelden van magisch denken buiten de psychologie en psychiatrie, bevinden zich in het bijgeloof, maar ook in bepaalde rituele handelingen of religieuze offers. In deze twee laatste categorieën is de term verzoeking van de goden gangbaar.

Anderzijds kan religie magisch denken ritualiseren en onschadelijke denk- en gedragswijzen kanaliseren en zodoende voor mensen met magisch denken dienstbaar zijn. Sjabloon:Feit

Verschijningen

Magisch denken kan een normale doorgangsfase in de kinderjaren zijn. Op volwassen leeftijd kan het een symptoom van een psychose of schizotypische persoonlijkheid zijn. Het komt voorts ook voor bij neurosen. Effectieve toepassing vanuit de cognitieve therapie (CT) worden gedaan op het gebied van verslavingen, eetstoornissen, fobieën, angststoornissen en paniekstoornissen.

Magisch denken wordt gedeeltelijk ontologisch en ethnologisch als een denkvorm gezien van de zogenaamde oervolken, naast dualistisch denken (boven/onder/goed/kwaad) en loopt ontwikkelingspsychologisch vooruit op religieus en logisch denken.

Voorbeelden

De meeste inhoud van magisch denken is onschadelijk, zoals geluksbrengende rituelen of voorwerpen. Het gevaar bij ziekelijk magisch denken ligt in de manipuleerbaarheid en de irrationaliteit, wat de behoefte aan bescherming van de patiënten met magisch denken fundeert.

  • Onschadelijk: Wanneer ik met het rechter been opsta, krijg ik vandaag een ongeluk.
  • Niet per definitie schadelijk: Ik wil niet over kanker lezen, want straks krijg ik het zelf.
  • Zegswijze: Ik word al misselijk als ik eraan denk.
  • Bijgeloof: Als je het er over hebt...
  • Religieus: Wanneer ik een bepaald offer breng, geneest mijn ziekte.
  • Religieus/terroristisch: Wanneer ik mij offer en ongelovigen in de dood meeneem, zal ik in het hiernamaals beloond worden.

Therapie

Veel onderzoek naar magisch denken is ontwikkeld door de psychiater Aaron T. Beck die in de jaren zestig van de 20e eeuw een lijst met denkfouten ontwikkelde, waaronder de beschrijving van magisch denken. Hierbij legde hij in eerste instantie de focus op depressie, waarbij hij stelde dat denkfouten depressie veroorzaakten of in stand hielden. De cognitieve therapie (CT) tracht vervormde en onrealistische denkwijzen te identificeren en te veranderen en derhalve emotie en gedrag te beïnvloeden.

De theorie van positief denken, ontwikkeld door Norman Vincent Peale, is gebaseerd op het magisch denkvermogen van de mens. Peale's grondslagen vinden vooral ingang bij cognitiewetenschappers, met name het neurolinguïstisch programmeren (NLP) en managementgoeroes. In het geval van leading success people (LSP) had geprogrammeerd magisch denken excessen tot gevolg bij gezonde mensen, waaronder voorvallen zelfmoord in de jaren tachtig van de 20e eeuw.

Wensdenken

Wensdenken of wishful thinking is een intellectuele handeling, waardoor de appreciatie van de realiteit door die van een gewenst resultaat wordt verdrongen. Wensdenken treedt in de wetenschap op wanneer resultaten van experimenten foutief geduid of te sterk veralgemeend worden. Vaak worden wetenschappelijke resultaten opgevoerd in de vorm van wensdenken. Zo toonde Nicolaus Copernicus met zijn nieuwe inzichten aan dat de aarde niet het centrale gesternte is, maar dat alle tot dan bestaande antropocentrismen omtrent het heelal gelijk stonden met wensdenken. Wanneer er bij een theorie sprake is van wensdenken, kan dit door falsificatie aangetoond worden. Sigmund Freud duidde alle religieuze opvoeringen als wensdenken. Wensdenken is spreekwoordelijk: De wens is de vader van de gedachten.

Zie ook