Oefentherapie in Nederland

Uit Wikifysio
Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding

Oefentherapie is het teweegbrengen van spiercontracties en bewegingen van het lichaam, om zo het functioneren van een persoon te verbeteren zodat deze de activiteiten van het dagelijkse leven kan (blijven) uitvoeren. Met de toepassing van oefentherapie wordt getracht stoornissen op te heffen, functies van het bewegingsapparaat te verbeteren, de gezondheidstoestand te handhaven en het dysfunctioneren van het bewegingsapparaat te voorkomen.

Toepassing van oefentherapie in Nederland

Oefentherapie, ook wel bewegingstherapie genoemd, wordt in Nederland toegepast door fysiotherapeuten, oefentherapeuten Mensendieck en oefentherapeuten Cesar. In 2002 had 17,2 procent van de Nederlandse bevolking contact met een fysiotherapeut, terwijl dat percentage in 1985 nog 9,7 was. Circa 90 procent van de patiënten bij de fysiotherapeut, oefentherapeut Mensendieck en oefentherapeut Cesar in de eerste-lijnsgezondheidszorg is verwezen door de huisarts. Van hen is 60 procent tussen 25 en 55 jaar oud. Patiënten van 55 jaar en ouder worden vaker verwezen naar de fysiotherapeut dan naar de oefentherapeut Mensendieck of oefentherapeut Cesar. De meeste patiënten (87,5 procent) die worden verwezen naar een fysiotherapeut hebben klachten van het bewegingsapparaat. Een klein deel van de patiënten heeft een aandoening van het zenuwstelsel en de zintuigen (7,8 procent) of van de ademhalingswegen (1,7 procent). De meeste verwijsdiagnosen hebben betrekking op rug- en nekklachten. Van de patiënten die worden verwezen naar een oefentherapeut Cesar of 12 Oefentherapie oefentherapeut Mensendieck heeft driekwart chronische klachten (> 3 maanden). Circa 38 procent van de verwezen patiënten bij de fysiotherapeut heeft chronische klachten. Slechts een klein deel van de patiënten die worden verwezen naar een fysiotherapeut, of een oefentherapeut Cesar of oefentherapeut Mensendieck voldoet aan de criteria voor vergoeding van een langdurige behandeling: respectievelijk 10,7, 4,4 en 5,7 procent. De fysiotherapeutische behandeling kan bestaan uit het geven van adviezen, oefentherapie, massagetherapie en/of fysische therapie. Behandeling door oefentherapeuten Cesar en Mensendieck bestaat uit het geven van adviezen en oefentherapie. De meeste fysiotherapiepatiënten (83,9 procent) worden individueel behandeld in de praktijkruimte, 11,9 procent wordt thuis behandeld en 4,0 procent in een instelling (verpleeghuis, verzorgingshuis). Slechts 0,2 procent van de patiënten wordt behandeld in groepsverband. Bij oefentherapeuten Cesar en Mensendieck wordt ruim 95 procent van de patiënten individueel in de praktijkruimte behandeld. Bij de rest komt de therapeut aan huis. Bij de fysiotherapeut worden patiënten gemiddeld 10,9 keer behandeld; de spreiding in het aantal behandelingen is groot. Bij oefentherapeuten Mensendieck en Cesar worden patiënten gemiddeld 9,4 en 11,2 keer behandeld, eveneens met een ruime spreiding.

De kosten van oefentherapie in Nederland

In 1999 werd in Nederland 36 miljard euro aan gezondheidszorg uitgegeven. De kosten van fysiotherapie, oefentherapie Mensendieck en oefentherapie Cesar omvatten 2 procent van de totale kosten in de Nederlandse gezondheidszorg: 725,7 miljoen euro. Bijna de helft van de kosten komt voor rekening van aandoeningen van het bewegingsapparaat. Daarbij zijn nek- en rugklachten verantwoordelijk voor een kwart van de totale kosten van oefentherapie en fysiotherapie.

Effectiviteit van oefentherapie

De commissie, verantwoordelijk voor dit advies, heeft de effectiviteit van oefentherapie onderzocht bij aandoeningen van het bewegingsapparaat, het zenuwstelsel en de zintuigen, de ademhalingswegen en het hartvaatstelsel. Zij heeft aandoeningen geselecteerd die enerzijds veelvuldig worden behandeld door oefentherapeuten en fysiotherapeuten en anderzijds een hoge ziektelast hebben. Op basis van een grondige analyse van de wetenschappelijke literatuur (gebundeld in een review van systematische reviews) trekt de commissie de volgende conclusies:

  • • Oefentherapie is bewezen effectief voor patiënten met: taaislijmziekte (cystic fibrosis),

chronische obstructieve longaandoeningen (COPD), etalageziekte (claudicatio intermittens), artrose van de knie, en subacute en chronische lage rugklachten. Samenvatting 13

  • • Er zijn aanwijzingen dat oefentherapie effectief is bij patiënten met de ziekte van

Parkinson, de ziekte van Bechterew, artrose van de heup, en bij patiënten die een beroerte hebben gehad.

  • • Voor patiënten met acute lage rugklachten is oefentherapie niet effectief.
  • • Er zijn geen studies gevonden waarin is aangetoond dat oefentherapie schadelijk is.
  • • De commissie kan geen uitspraak doen over de effectiviteit van oefentherapie bij:

reumatoïde artritis, schouderklachten, nekklachten, RSI, astma en bronchiëctasieën. Voor deze aandoeningen ontbreken methodologisch goed uitgevoerde onderzoeken. Voor de meeste aandoeningen is nog niet duidelijk wat de meest effectieve vorm van oefentherapie is (bijvoorbeeld individuele behandeling of groepsbehandeling). Voor patiënten met chronische lage rugklachten geldt dat oefentherapie effectiever is dan voortgezette behandeling door de huisarts. Aanbevelingen voor de gezondheidszorg Er is duidelijk bewijs gevonden dat oefentherapie effectief is bij verschillende aandoeningen. Daarnaast is niet gebleken dat oefentherapie schadelijk is. De commissie adviseert daarom de tendens om oefentherapie centraal in de fysiotherapeutische behandeling te stellen, krachtig te ondersteunen. Voor aandoeningen waarover de commissie geen uitspraak kan doen, raadt ze aan om de effectiviteit van oefentherapie te onderzoeken. Uit het literatuuronderzoek is gebleken dat oefentherapie niet effectief is bij patiënten met acute lage rugpijn. De commssie adviseert daarom deze patiënten niet met oefentherapie te behandelen. Patiënten met acute lage rugklachten wordt wel geadviseerd actief te blijven. Bovenstaande aanbevelingen betreffen de toepassing van oefentherapie door fysiotherapeuten, oefentherapeuten Cesar of oefentherapeuten Mensendieck. Behalve deze disciplines spelen ook huisartsen en medisch specialisten een belangrijke rol omdat zij patiënten kunnen verwijzen voor oefentherapie. Het ontbreekt de commissie aan gegevens om te kunnen beoordelen of de huidige indicatiestelling voor oefentherapie door huisartsen en medisch specialisten adequaat is. Voor aandoeningen waarbij oefentherapie bewezen effectief is of waarvoor duidelijke aanwijzingen zijn dat oefentherapie effectief is, adviseert de commissie oefentherapie als zinvolle optie te overwegen.

Aanbevelingen voor onderzoek

Door het ontbreken van goed uitgevoerde systematische reviews naar de effectiviteit van oefentherapie, is voor een aantal aandoeningen geen uitspraak mogelijk over de effectiviteit van oefentherapie. Echter, het ontbreken van bewijs is geen bewijs dat oefenthera14 Oefentherapie pie niet effectief is. Gezien de veelal gunstige effecten van oefentherapie adviseert de commissie het onderzoek naar de effectiviteit van oefentherapie te intensiveren. Hierbij sluit de commissie aan bij het recente advies van de Raad voor Gezondheidsonderzoek over onderzoek op het gebied van fysiotherapie. Ten aanzien van toekomstig onderzoek adviseert de commissie (1) de effectiviteit van oefentherapie bij aandoeningen waarbij nu geen uitspraak mogelijk is, nader te onderzoeken volgens de huidige richtlijnen voor de uitvoering en rapportage van gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek en systematische reviews; (2) de effectiviteit van de verschillende vormen van oefentherapie te vergelijken; en (3) methoden om het korte-termijn-effect van oefentherapie op lange termijn te behouden, te ontwikkelen e

Zie ook: