Patella femorale klachten

Uit Wikifysio
Ga naar: navigatie, zoeken

Introductie

De patella, of knieschijf (onder) kan een reden zijn dat je knie pijn doet als deze niet goed functioneert. In de loop de tijd kan slijtage aan de onderzijde van de knieschijf lijden tot degeneratie van het kraakbeen achter de patella en kan pijn, zwakte en zwelling veroorzaken van het kniegewricht. Er zijn vele factoren die problemen kunnen veroorzaken aan de knieschijf en de daaronder liggende groeve bij het buigen van de knie. Ook op deze pagina wordt weer gebruik gemaakt van illustraties.

Anatomie

Waar zit de patella en wat is zijn functie? De patella of knieschijf is een bewegelijk stuk bot aan de voorzijde van de knie. De patella zit in de grote pees van de quadriceps spier. Dit is de grote spier aan de voor zijde van het bovenbeen loopt door tot aan het onderbeen (scheenbeen). Deze grote pees, in combinatie met de patella, wordt het quadriceps mechanisme genoemd. Het quadriceps mechanisme wordt meestal aangeduid met twee aparte pezen - de quadricepspees aan de bovenzijde van de patella en de pees aan de onderzijde van de patella. Het quadriceps mechanisme zorgt ervoor dat het been kan strekken. De patella fungeert als een hefboom om zodoende de kracht te verhogen van de quadricepsspier . De onderzijde van de patella is bedekt met gewrichtskraakbeen om de gewrichtsvlakken glad te maken. Het gladde oppervlakte helpt de knieschijf in de speciale groeve op het bovenbeen (Femur) te glijden. Samen vormen de patella en de groef in het femur het patella-femorale mechanisme.

Oorzaken

Hoe kan een patellaprobleem ontstaan?

  • Slijtage

Problemen ontwikkelen zich meestal als de patella onder invloed staat van slijtage. Het onderliggende kraakbeen begint te degenereren, een toestand die meestal als chondromalacie of chondropathie wordt genoemd . Slijtage kan op verschillende manieren ontstaan. Degeneratie (links) kan ontstaan door het ouder worden, wat een algehele slijtage veroorzaakt. Het patello-femorale gewricht is meestal aangedaan als een deel van osteoarthritis van de knie.

  • Foutieve sporing

Een veel vaker voorkomende oorzaak van patello-femorale pijn is de manier waarop de patella beweegt door de patello-femorale groeve als de knie beweegt. Deze situatie kan ontstaan door een dysbalans van de spieren van de quadriceps. Zoals eerder gezegd loopt de patella door de patello-femorale groeve en wordt bijna uitsluitend gestuurd door de spiervezels van de quadriceps. Als een deel van deze spier om de een of andere reden verzwakt is, ontstaat er een dysbalans van de spieren. Wanneer dit gebeurd zal de patella door de verkeerde trekkracht van de spier meer naar een van de twee zijdes getrokken worden. De patella 'spoort' dan niet meer in de groeve. Een voorbeeld is een boot die door de sluis getrokken wordt met twee touwen. Als er aan een van de twee touwen harder getrokken wordt, zal de boot tegen de kade van de sluis aanlopen. Bij de patella veroorzaakt dit meer druk op het kraakbeen aan een van de zijden van de patella. Als we de knie van voren bekijken, is het beter te begrijpen wat voor effect dit heeft op de patella (video). Terwijl het door de patello-femorale groeve glijdt, schuift de patella naar de buitenkant. Dit geeft een drukverschil op het kraakbeen. Met de tijd zal dit schade aan het kraakbeen brengen.

  • Stand van de knie

Een andere vorm van dysbalans kan ontstaan door de wijze waarop de botten geschapen zijn. Deze variaties is iets waar mensen mee geboren worden. Sommige mensen worden geboren met een grotere hoek dan normaal in het kniegewricht. X-benen dan wel O-benen. Vrouwen neigen naar een grotere hoek dan mannen (X-benen). De patella bevindt zich in het centrum van deze hoek, in de patello-femorale groeve. Als de quadriceps aanspant, zal het been, door de ontwikkelde kracht, zich strekken en de kniehoek proberen recht te maken. Hierdoor wordt de patella naar buiten gedrukt. Hierdoor ontstaat hetzelfde probleem als bij de dysbalans. De patella wordt naar buiten gedrukt en er komt op een zijde van het kraakbeen meer druk te staan, wat kan leiden tot irritatie dan wel slijtage. Als laatste kan het zo zijn dat er anatomische varianten zijn, waarbij in aanleg de diepte, dan wel de zijden van de patello-femorale groeve niet goed zijn. Dit creëert een situatie waarbij de de groeve te ondiep is, meestal aan de buitenzijde van de knie. Hierbij kan de patella daadwerkelijk uit de groeve schieten (patellaluxatie). Dit kan bij herhaling leiden tot patello-femorale degeneratie. Een andere vorm is dat de patella zelf niet goed gevormd is. Deze is dan te klein of de onderzijde is niet puntig genoeg om goed door de groeve te lopen.

Symptomen

Hoe voelen patello-femorale problemen aan? Chondromalacie patellae bestaat als er een beschadiging is aan het kraakbeen aan de achterzijde van de patella. Dit hoeft niet betekenen dat de knie ook pijnlijk is. Sommige mensen hebben nooit problemen. Anderen ervaren het als een vage pijn, die niet goed te lokaliseren is. Pijn kan gevoeld worden aan de binnenzijde van de patella, maar dat is niet altijd het geval. Typerend voor mensen met patello-femorale klachten is pijn bij trap af lopen en een heuvel aflopen. Ook het lang gebogen houden van de knie in een positie (bioscoop knieën) of het lang zitten in een auto. Soms kan de pijn een gevoel geven dat je door de knie zakt. Dit wordt gezien als een reflex op de pijn en niet als een instabiliteit van de knie. Het 'knarsen' van de knie is vaak te horen bij zakken door de knieën of bij het op en afgaan van de trap. Als er een behoorlijke slijtage of beschadiging is, kan er een gevoel zijn dat de patella plopt of klikt als de knie gebogen wordt. Dit komt doordat de ruwe oppervlakten van de patella en de patello-femorale groeve over elkaar schuiven. De knie kan zwellen als deze zwaar belast wordt en zal stijf en gespannen aanvoelen. Dit wordt meestal veroorzaakt door een toenemende hoeveelheid vocht in het kniegewricht. Dit is niet uniek voor patella klachten, maar gebeurt meestal als de knie ontstoken, geïrriteerd raakt.

Diagnose

Hoe onderzoeken we het probleem? De diagnose kan worden gesteld door door de voorgeschiedenis van het knieprobleem uit te vragen. Röntgenfoto's (links) kunnen aangevraagd worden. Een röntgenfoto kan helpen of de patella goed 'spoort' in de patello-femorale groeve en of er geen aangeboren anatomische afwijkingen zijn. Als er al een vergevorderd stadium is, zal er kans zijn op het zien van arthrose tussen de patella en het femur. Het diagnosticeren van patella problematiek kan verwarrend zijn. De symptomen zijn makkelijk te verwarren met andere knieproblemen, omdat de symptomen vaak hetzelfde zijn. De MRI-scan is een goed apparaat om patella klachten te diagnosticeren. De MRI (Magnetic Response Imaging) machine gebruikt een een magnetische golf i.p.v. röntgen om de zachte weefsels van het lichaam te tonen. Met deze machine is het mogelijk een 'plakje' door het gebied te snijden waar we geïnteresseerd in zijn. De anatomie en de verwondingen zijn duidelijk te zien. Op deze manier hoeft men niet met naalden (kans voor infectiegevaar) in het gewricht. Ander voordeel is dat het pijnloos is. Recentelijke ontwikkelingen maken het mogelijk om met de MRI niet alleen de zachte weefsel in beeld te brengen, maar echt afwijkingen in het kraakbeen te zien. In sommige gevallen wordt er een arthroscopie (rechts) gedaan om een definitieve diagnose vast te stellen. Dit is meestal in het uiterste geval als andere testen geen uitsluiting geven.


Behandeling en revalidatie

Wat kan er aan de kniepijn gedaan worden? De behandeling begint bij het verminderen van de ontstekingsverschijnselen in de knie. Ontstekingsremmers kunnen voorgeschreven worden. Fysiotherapie kan uitkomst bieden. Doormiddel van oefentherapie kan de fysiotherapeut ervoor zorgen dat de bovenbeenspieren (quadriceps) sterker worden. Hier zal de nadruk liggen op het versterken van de mediale kop van de quadriceps. Dit zal het slechte sporen (boot in sluis) tegen gaan. Dit oefenen zal ondersteund kunnen worden met een bepaalde tapetechniek, de Mconnell techniek. Hierbij wordt een ondersteunende oefentape geplaatst om de knieschijf beter te laten sporen. Deze wordt dan meer naar binnen getrokken. Met behulp van een huiswerkprogramma en een oefenprogramma bij de therapeut, zullen de bovenbeenspieren versterkt worden. Tevens zal de fysiotherapeut controleren of alle spiergroepen in het been op de juiste lengte zijn. Bij verkortingen zal hij stretchoefeningen opgeven. Andere preventieve maatregelen zijn het controleren van het schoeisel en stand van de enkel tijdens het lopen. Tijdens het lopen kan er een knik naar binnen van de enkel ontstaan. Het zogenaamde overproneren van de enkel. Dit geeft tijdens het lopen een naar binnen draaien van de knie (endorotatie). Bij sporten en met name sporten waarin een element van hardlopen zit, komt er tevens tweeëneenhalf maal het lichaamsgewicht op de knie. Dit gebeurt bij elke pas. Mocht je dus een 10 kilometer lopen, dan gebeurt dit ongeveer 5000 maal per been. Bij het endoroteren wordt de knieschijf meer naar buiten getrokken en zal tegen de buitenrand van de patello-femorale groeve aan gaan lopen. Dit geeft pijnklachten en over een langere periode slijtage aan de knie. Ook het overdreven naar buiten lopen kan dit soort klachten veroorzaken. Laat dan ook altijd schoeisel c.q. looppatroon controleren bij een degelijke sportschoenenzaak en je adviseren bij aanschaf van sportschoenen.

Als deze maatregelen niet helpen, dan kan een operatie overwogen worden. Arthroscopie is soms nuttig bij het behandelen van patello-femorale problemen. Door direct op het gewrichtskraakbeen te kijken van de knieschijf en de patello-femorale groeve is de meest accurate manier om te bepalen of er slijtage is. De arts kan dan ook zien hoe de knieschijf door de groeve beweegt en kan dan bepalen of de knieschijf normaal spoort. Als er gebieden zijn waar het kraakbeen is beschadigd die een ruw oppervlakte veroorzaken, kan met speciale gereedschappen het oppervlak weer glad gemaakt worden en hierdoor de pijn verminderen. Dit wordt het schaven van het kraakbeen genoemd. Als de problemen veroorzaakt worden door een slecht sporen van de knieschijf kan er een laterale release gedaan worden. Deze ingreep wordt gedaan om de knieschijf terug te laten gaan naar de normale positie en om de druk op het gewrichtskraakbeen te verminderen. Tijdens deze operatie worden de te strakke ligamenten aan de buitenzijde van de knieschijf doorgesneden om zodoende de knieschijf naar het centrum van de femorale groeve te laten glijden. Deze ligamenten zullen later met littekenweefsel die het gat wat door de operatie is ontstaan weer opvullen. Door de toegenomen lengte zullen ze de knieschijf niet maar naar buiten trekken. Dit helpt om de balans van het quadriceps-mechanisme weer te herstellen en de druk op de achterzijde van de knieschijf te verminderen. De knieschijf zal weer beter sporen in de patello-femorale groeve In de meest slechte gevallen kan een laterale release niet genoeg zijn. Mocht het zo zijn dat de knieschijf regelmatig disloceert, zal er een uitgebreide operatie moeten plaatsvinden om de alignment te herstellen. In combinatie met de laterale release wordt de postitie van de tuberositas tibiae verplaatst naar de binnenzijde en tevens worden de ligamenten aan de binnenzijde wat ingekort . De pees aan de onderzijde van de knie wordt samen met een stukje bot opnieuw op het onderbeen (tibia) vastgemaakt. Door het meer naar binnen te verplaatsen (halve inch) wordt ook de knieschijf meer verplaatst. Hierdoor ontstaat een betere alignment van de knie en zal de knieschijf beter sporen in de patello-femorale groef. Afhankelijk van welke operatie wordt uitgevoerd kan er begonnen worden met de revalidatie. bij een uitgebreidere operatie zal er een langere periode van niet belasten zijn en zal de revalidatieperiode aanzienlijk langer zijn.

Zie ook

Youtube

  • Runnersknee [1]