Pijnmanagementprogramma en gele vlaggen

Uit Wikifysio
Ga naar: navigatie, zoeken

Pijnmanagement programma reduceert een aantal belangrijke gele vlaggen bij chroniciteit


Inleiding

Gele vlaggen zijn psychosociale factoren die de kans verhogen dat acute pijn overgaat in chronische pijn en chronische beperkingen. Bekend is dat de volgende vier psychosociale factoren hierin een centrale rol spelen:

  • Pijn opvattingen: bijvoorbeeld de opvatting dat pijn schadelijk is, deze opvatting geeft angst voor pijn en vermijding van bewegen.
  • Psychologische stress: een negatieve stemming en terugtrekken uit sociale interacties.
  • Externe beheersoriëntatie (locus of control): bijvoorbeeld de verwachting dat passieve behandeling zal helpen in tegenstelling tot actieve participatie.
  • Eigen effectiviteit (self-efficacy): bijvoorbeeld de inschatting dat men met de pijn kan omgaan.

Diverse studies laten zien dat uni-disciplinaire en multidisciplinaire benaderingen deze factoren in positieve zin kunnen beïnvloeden waardoor een gunstig behandelresultaat ontstaat. De huidige studie wil onderzoeken wat het effect is van een pijnmanagement programma (Living with pain program) dat specifiek gericht is op de bovenstaande factoren binnen een chronische pijnpopulatie met een diversiteit aan pijnklachten.

Methode

Het pijnmanagement programma bestaat uit totaal 16 contacturen verspreid over 8 weken. Een fysiotherapeut en een psycholoog begeleiden de groepen, met als doel het fysiek en psychosociale functioneren met pijn te verbeteren. De deelnemers werden op de cursus geattendeerd vanuit een reuma/pijn kliniek. 12 vrouwen en 3 mannen doen mee. Ze hebben gemiddeld 11 jaar pijn.

De volgende metingen werden verricht:

  • Pijnopvattingen werden met één vraag gemeten;
  • Psychologische stress met de General health Quenstionaire 12 (GHQ-12);
  • Beheersoriëntatie voor herstel werd gemeten met een 9-item vragenlijst;

8Eigen effectiviteit en functioneren ondanks pijn werd gemeten met een 10-item vragenlijst. De vragenlijsten werden voor het programma afgenomen en direct daarna. Daarnaast werd met 7 patiënten een kwalitatief semi-gestructureerd interview gehouden om er achter te komen wat ze van het programma vonden en welke vooruitgang ze geboekt hadden.

Pijnmanagementrogramma

Het pijn management programma had de volgende ingrediënten:

  • Educatie: inzicht geven in mechanisme van chronische pijn. Enkele onderwerpen waren: de gate control theory, voordelen van fysiek actief zijn, ergonomie, zenuwstelsel en pijn.
  • Goal setting: leren persoonlijke doelen te zetten met accent op het gebied van fysiek activiteiten en gericht op een toename in sociaal contact.
  • Pacing: het belang van spreiden van activiteiten uitleggen en de baseline bepalen.
  • Negatief denken aanpakken: negatieve gedachten leren ombuigen, bijvoorbeeld ten aanzien van pijn en beperkingen.
  • Relaxatie: progressieve relaxatie, rustige buikademhaling en visualisaties.
  • Assertiviteit: leren omgaan met interpersoonlijke thema’s rond chronische pijn en verkrijgen van sociale steun.
  • Lange termijn goal setting; gericht na de therapie, bijvoorbeeld om langetermijn- steun te krijgen bij het omgaan met chronische pijn.
  • Partner sessie: eenmalige sessies om negatieve opvattingen rond pijn etc. bij de partner of familie om te buigen.
  • Preventie van terugval: activiteitenniveau aanpassen bij terugval.


Resultaten

Drie van de vier psychosociale factoren worden in gunstige zin door dit programma beïnvloed. Pijnopvattingen reduceren significant (P=0.004), disstress (GHQ-12) reduceert ook (p=0.006), de beheersoriëntatie voor herstel verandert niet, de eigen effectiviteit om met de pijn te functioneren neemt significant toe (p=0.001). Thema-analyse van het semi-gestructureerd interview wijst globaal in dezelfde richting als de uitkomsten van de kwantitatieve metingen. Doorgaans kunnen de cursisten de programmaonderdelen waarderen en geeft men aan daar baat bij te hebben.

Samenvatting

Dit programma, bestaande uit een breed scala van onderdelen gericht op het reduceren van negatieve psychosociale factoren, blijkt effectief te zijn.

Opmerking samenvatter

Kijkend naar de inhoud van het programma moet een fysiotherapeut die enige nascholing heeft gevolgd in de ‘psychologie’ in staat zijn een dergelijk programma aan te bieden.

Bron:

  • Sowden, M., Hatch, A., Gray, S.E., Coombs, J. (2006). Can four key psychosocial risk factors for chronic pain and disability (Yellow Flags) be modified by a pain management programme?: A pilot study. Physiotherapy, 92, 43-49.

Auteur:

  • P. van Burken

Zie ook: