Reconceptualisatie van pijn, Loeser

Uit Wikifysio
Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding

conceptualisering van de pijn volgens het model van Loeser. Loeser, een Amerikaanse pijnspecialist, stelde een klassiek model op over pijn en pijnbeleving. Allereerst is er de pijnlijke prikkel, de nocicepsis. Vervolgens ontstaat er pijn. Dit wordt gevolgd door het 'lijden aan pijn' en de omzetting van dit lijden in gedrag. Loeser gaf dit weer in cirkels van verschillende grootte. Zo kan de pijnprikkel een heel klein cirkeltje zijn en het gedrag heel groot. Ook het omgekeerde kan voorkomen.

Loeser.JPG

Loeser beschrijft pijn aan de hand van een cirkelmodel. Dit cirkelmodel probeert het proces van pijnprikkel tot pijngedrag te beschrijven en is niet zozeer een fysiologisch model. De eerste cirkel wordt gevormd door de nociceptie: het waarnemen van pijn die ontstaat als vrije zenuwuiteinden van A- δ vezels of C-vezels geprikkeld worden.

  • De eerste cirkel staat voor (dreigende) verwonding waarbij pijnprikkels worden omgezet in zenuwsignalen. Dit is een lichamelijk proces en de persoon is zich nog niet bewust van de pijn. Als de hersenen vastleggen dat de prikkel aankomt, is er wel sprake van pijn .
  • De tweede cirkel, gewaarwording van pijn, vertegenwoordigt het doorgeven van de prikkel aan de hersenen waarbij er een drempel wordt overschreden. De prikkel moet dus sterk genoeg zijn. Factoren die deze pijndrempel mede bepalen zijn bijvoorbeeld de gedragstoestand en pijnstillende medicijnen, maar ook de zwangerschapsduur.
  • De derde cirkel wordt gevormd door pijnbeleving. Pas als er ervaring met pijn is opgedaan kun je spreken van pijnbeleving. Zo wordt bijvoorbeeld de ernst van de pijn gespiegeld aan eerdere pijnervaringen. De emotionele kant van pijn wordt aangeduid in de derde cirkel.Eerdere pijnervaringen spelen een grote rol bij pijnbeleving. Meervoudig complex gehandicapte mensen hebben vaak al vele pijnlijke momenten in hun leven meegemaakt. Dit kan invloed hebben op de pijndrempel, de mate van gevoeligheid voor pijn.

Ten gevolge van eerdere pijnervaringen kan een persoon een hogere pijndrempel ontwikkeld hebben door gewenning aan pijnprikkels. Veel pijn kan ook een tegengesteld effect hebben, waarbij de pijndrempel juist lager wordt en de persoon dus gevoeliger wordt voor pijn. Ook angst speelt een rol bij pijnbeleving. Een pijnlijke behandeling moeten ondergaan in een vreemde omgeving, zonder de aanwezigheid van een vertrouwd persoon, kan ervoor zorgen dat deze behandeling als pijnlijker ervaren wordt. Hierbij komt nog dat het voorbereiden van een meervoudig complex gehandicapt persoon op een pijnlijke ingreep niet altijd even gemakkelijk is. Dit kan gevoelens van angst en onrust alleen maar versterken.. De vierde cirkel wordt gevormd door pijngedrag. Pijngedrag is datgene wat de persoon die pijn ervaart laat zien of horen. Pijngedrag wordt beïnvloed door bijvoorbeeld de ernst van de pijn, de mate van ziek zijn en de zwangerschapsduur. De cirkel van Loeser kan niet zuiver hiërarchisch worden beschouwd. De pasgeborene die een eerste pijnprikkel ondergaat zal daarop reageren met pijngedrag. Dat gedrag zal, bijvoorbeeld bij een hielprik, bestaan uit een reflexmatige terugtrek- reactie (alvorens pijnbeleving optreedt!) en later pijngedrag in de vorm van beweging van ledematen, huilen en de mimiek die daarbij past, veranderingen in fysiologische parameters enzovoorts.

Zie ook


<google uid="C02" position="none"></google