Schouder, vragenlijsten

Uit Wikifysio
Ga naar: navigatie, zoeken

De eerste 4 vragenlijsten zijn in het Nederlands vertaald door andere auteurs; de bronnen daarvoor zijn te vinden bij de artikelen op de website [1]. De SST, CMS, WOSI en de OSIS zijn door het SNT vertaald en onderzocht. Nadere publicaties daarover zijn te raadplegen op genoemde website.


1.Disabilities of the Arm, Shoulder and Hand (DASH-DV)

In het Nederlands vertaalde vragenlijst, bestaande uit 38 vragen georiënteerd op zowel de symptomen als de mogelijkheid om bepaalde handelingen te kunnen verrichten van de afgelopen week. De vragenlijst moet door de patiënt zelf ingevuld worden door het juiste cijfer te omcirkelen. Waarbij de score op loopt van geen moeite, geringe moeite, meer moeite, zeer veel moeite tot niet in staat.

2.Shoulder Rating Questionnaire (SRQ-DV)

In het Nederlands vertaalde vragenlijst, bestaande uit 21 vragen. De SRQ bestaat uit een visuele analoge schaal (VAS) waarbij je een globale indruk krijgt van de schouderfunctie (een horizontale lijn van 10 cm meet aan het linker uiteinde ‘erg slecht’ en aan het rechter uiteinde ‘erg goed’). Daarnaast zijn er 17 vragen verdeeld over 7 domeinen namelijk, pijn, dagelijkse activiteiten, sport/hobby, werk, tevredenheid en verbetering.

3.Shoulder Pain And Disability Inventory (SPADI)

In het Nederlands vertaalde vragenlijst, bestaande uit 13 vragen georiënteerd op pijn en beperkingen van de schouder. De vragenlijst wordt door de patiënt zelf ingevuld d.m.v. het omcirkelen van de cijfers 0 t/m 10 waarbij 0 geen enkele moeite betekent en 10 zo moeilijk dat hulp hiervoor nodig is.

4.Schouder Pijn en Beperkingen Vragenlijst (SPBV / SDQ)

Nederlandstalige vragenlijst, bestaande uit 16 vragen. De vragenlijst begint met een korte inleiding waarin instructies worden gegeven. Daarnaast wordt er ook gevraagd naar de dominante - en aangedane zijde. Ook bij deze vragenlijst gaat het om dagelijkse activiteiten. Maar hier wordt niet alleen gevraagd of deze mogelijk zijn, maar ook of de patiënt er last bij heeft gehad in betrekking tot( dit weg ?) de afgelopen 24 uur. Hier kan de patiënt zelf met “Wel” (in plaats van “ja”), “Geen” (in plaats van “nee”) en “Niet van toepassing” antwoorden.

5.De Constant Murley Scale (CMS-DV).

De CMS-DV scoort op de domeinen pijn (15 punten), ADL (20 punten), actieve mobiliteit (40 punten) en kracht (25 punten). Het is een deels door de FT af te nemen lijst waarin 100 punten gehaald kunnen worden indien de schouder optimaal functioneert. De CMS-DV scoort op de domeinen pijn (15 punten), ADL (20 punten), actieve mobiliteit (40 punten) en kracht (25 punten). Het is een deels door de FT af te nemen lijst waarin 100 punten gehaald kunnen worden indien de schouder optimaal functioneert.

6.De Simpele Schouder Test (SST-DV)

Een inderdaad simpele lijst die bestaat uit 14 stellingen die een patiënt dichotoom met ‘Ja” of ‘Nee’ dient te beantwoorden. Een eenvoudige zelfrapportage lijst die door het SNT wordt aangeraden om toe te passen in algemene klinische situaties om subjectieve klachten te kwantificeren.

7.De WOSI-DV (Western Ontario Shoulder Stability Index).

Het betreft 21 ‘VAS scores’ over de domeinen: fysieke symptomen, sporten en werken, levensstijl en emoties. De domeinen zijn gerelateerd aan klachten van instabiliteit plus de daaruit voortvloeiende problematiek. De zelfrapportage lijst scoort van 0 – 2100 punten (ook wel: 0 – 2,1 punten).

8.Oxford Shoulder Instability Score (OSIS-DV)

Engelstalige vragenlijst met 12 vragen (5 punt score) gericht op schouder problemen gerelateerd aan instabiliteit (zowel TUBS, AIOS, actieve instabiliteit als AMBRI; zowel pre- als postoperatief). Voorafgaand wordt gevraagd naar de aangedane schouder. Score werd uitgedrukt van 12 tot 60 punten; voorstel is om de score weer te geven van 0 tot 48 punten.


Wanneer wordt welke vragenlijst geadviseerd?

  • SST in alle situaties; het is een simpele snel af te nemen zelfrapportage lijst die responsief is, goed toepasbaar en eenvoudig te begrijpen. Bovendien kent de SST weinig plafond en bodem effecten; dat wil zeggen de lijst scoort over de hele range van het bereik van 0 – 100 punten.
  • SPADI in situaties waarbij de patiënt vermoedelijk kort wordt behandeld voor een aandoening die (vermoedelijk) snel verandert.
  • CMS in situaties waarin tevens (herstel van) ROM en kracht relevant zijn, het SNT beschouwt de CMS als een belangrijke FT lijst omdat scoren van mobiliteit en kracht behoren tot de FT identiteit. De CMS score is bij de meeste aandoeningen relevant.
  • SPBV snel toepasbaar en scoort op pijn en beperkt functioneren. De lijst kent wel plafond en bodem effecten en is door het soms ontbreken van ingevulde items niet altijd snel te interpreteren. Soms worden op tijdstip 0 worden andere items gescoord dan op tijdstip 1. Internationaal is de lijst weinig onderzocht.
  • OSIS in situaties waarin sprake is van instabiliteit. De lijst met 12 vragen is snel in te vullen en te scoren. De lijst richt zich met name op de fysieke aspecten van de GH instabiliteit (Hoe vaak uit de kom? Welke activiteiten zijn bedreigend? Ook ’s nachts?) die de patiënt op een 5 punt schaal scoort.
  • WOSI in situaties waarin sprake is van instabiliteit en waarin de FT meer informatie wenst over aspecten als sport, werk en emotionele beleving. De 21 vragen worden in 4 domeinen geklasseerd (fysiek, activiteiten – werk, levensstijl en emoties). In vergelijking met de OSIS, toegepast bij ‘somatische’ instabiliteit, wordt de WOSI toegepast bij het scoren van instabiliteit in een BPS (biopsychosociaal) model.
  • SRQ in situaties waarin de FT informatie uit meer domeinen, zoals sport, vrije tijd en beleving, mee wil wegen. In geval van complexe problemen biedt de SRQ de meest uitgebreide score.
  • DASH indien de patiënt wel schouder klachten heeft maar tevens klachten in de hele bovenste extremiteit.

Zie ook:

Youtube

  • Schouderoefeningen [3]
  • Schouderonderzoek [4]

Bron


Link