Veroudering en inzetbaarheid op het werk

Uit Wikifysio
Ga naar: navigatie, zoeken

Veroudering en de invloed op inzetbaarheid

Verschijnselen van veroudering

Tussen het 20e en 35e levensjaar bereiken mensen hun beste lichamelijke prestaties. Alle fysieke systemen functioneren dan optimaal. Vanaf gemiddeld 35 jaar neemt het lichamelijk vermogen langzaam af. Echter: lang niet alle lichamelijke veranderingen zijn meteen merkbaar en bovendien zijn er grote verschillen tussen mensen.


Niet-beïnvloedbare effecten van veroudering

Na het 45e levensjaar nemen conditie, spierkracht, gezichts- en gehoorvermogen merkbaar af. Veel vijftigers hebben meer moeite om zware voorwerpen te tillen en ze maken vaker gebruik van een leesbril. De verklaring ligt in afnemende spiercapaciteit en toename van lichaamsvet ten opzichte van spierweefsel. De gevolgen zijn:


Afname van uithoudingsvermogen (sneller moe zijn)

Langere hersteltijd (langer nodig hebben om te herstellen van fysieke inspanning) Meer last van verstoord bioritme (na een jetlag of als gevolg van werken in de avond en nacht). Fysieke vermogens nemen af met het toenemen van leeftijd. Maar tegelijkertijd nemen sommige mentale vermogens toe. Het analytisch en probleemoplossend vermogen neemt over het algemeen toe. De verklaring zit in de toename van werk- en levenservaring naarmate iemand ouder wordt.


Beïnvloedbare veroudering

De mate waarin de verouderingsverschijnselen zich manifesteren, verschilt tussen mensen. Bovendien nemen de verschillen tussen mensen toe naarmate mensen ouder worden. Pasgeboren, gezonde baby’s verschillen amper in hun ontwikkeling en ontwikkelsnelheid. Hoogbejaarde mensen verschillen onderling sterk: sommige kwijnen weg in een verpleeghuis, andere zijn maatschappelijk actief in vrijwilligerswerk en vervullen met verve de rol van opa of oma. De verschillen tussen mensen hebben onder meer te maken met:


Chronische ziekte(n) of gebreken: hart- en vaatziekten, kanker, reumatische aandoeningen etc. Leefstijl, onder meer:

  • Mate van beweging
  • Voeding en eetgewoontes
  • Roken, alcoholgebruik
  • Mate van ontspanning.
  • Houding ten opzichte van (veranderingen in) het werk: veranderbereidheid, leervermogen, betrokkenheid bij het werk, de organisatie en de klanten/ afnemers.
  • Leefstijl en houding zijn beïnvloedbaar. En daarmee ook de snelheid en mate waarin verouderingsverschijnselen zich manifesteren.

Effecten van veroudering op inzetbaarheid

De inzetbaarheid verandert bij het ouder worden, maar hoeft niet te verminderen. Een aantal veranderingen manifesteert zich over het algemeen bij ouderen, maar heeft als oorzaak slecht personeelsbeleid. Leeftijd heeft amper hiermee te maken.

Veel ouderen met kennisintensief werk zijn sterk gespecialiseerd en daarmee heel smal inzetbaar. Ze hebben last van ervaringsconcentratie: veel weten van weinig. De oorzaak ligt in te lang hetzelfde werk doen, zonder bijscholing of taakveranderingen. Veel ouderen met fysiek belastend werk hebben klachten aan het bewegingsapparaat (nek, schouders, heupen, knieën). De oorzaak ligt gedeeltelijk in het fysiek zware werk, maar vooral ook in: een tekort aan variatie: er zijn wel fysiek minder zware taken, maar die worden veelal door één persoon verricht, terwijl de overige medewerkers het zware werk uitvoeren. Onvoldoende of onjuist gebruik van de aanwezige hulpmiddelen om het zware werk te verlichten. Leefstijl: medewerkers bewegen onvoldoende buiten het werk, eten ongezond of roken en drinken (te) veel. Met het toenemen van iemands leeftijd neemt de kans op lichamelijke beperkingen weliswaar toe, maar dit heeft amper beperkende invloed op inzetbaarheid. Er zijn vijf verklaringen:

De invloed van veel lichamelijke beperkingen is te compenseren via hulpmiddelen (bijv. een leesbril of een groter beeldscherm om afnemend gezichtsvermogen te compenseren); Niet iedereen veroudert even snel; gezondheidsverschillen tussen mensen zijn groot; Leefstijl heeft veel invloed op inzetbaarheid, vaak meer dan leeftijd. Een gezonde leefstijl volgt uit onder meer bewegen, gezonde voeding, niet roken. Voor veel hedendaagse beroepen heeft de afname in fysieke gezondheid amper invloed op inzetbaarheid. Veel banen doen vooral een beroep op cognitieve en sociaal-emotionele vermogens (en die nemen niet af, maar soms zelfs toe, met het toenemen van leeftijd); Afwisseling van werkzaamheden maakt dat fysiek zwaar werk langer kan worden volgehouden. Ook (ergonomische) aanpassingen in de werkomgeving of de hulpmiddelen dragen hieraan bij.

Conclusie

De inzetbaarheid van ouderen hoeft niet minder te zijn dan die van jongeren, maar is wel anders. Door hier bij het toewijzen van taken rekening mee te houden, maken organisaties optimaal gebruik van de sterke kanten van medewerkers in verschillende levensfasen. Als daarnaast preventief beleid wordt gevoerd om problemen die vaak samengaan met het ouder worden te voorkomen, zal de arbeidsproductiviteit van een organisatie niet worden aangetast door de vergrijzing.

Bron:

Zie ook:

Instrumenten

  • Meten=Weten (Servicepunt Arbeidsmarkt MKB) ([5])
  • Scan 50+ (TNO) ([6])
  • Leeftijdsspiegel (AWVN) ([7])
  • Workabilityindex ([8])
  • Werkwijzer Levensfasebeleid ([9])

Wet- en regelgeving

  • Wet Gelijke Behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL)
  • Leeftijdsdiscriminatie in personeelsadvertenties (checklist van LEEFtijd)


Youtube

  • Fysieke belasting bij werk[10]


Fysieke klachten?

Fysiothrapeut.JPG Raadpleeg uw fysiotherapeut, specialist in beweging [11]

Kine.be.JPG Voor België [12]