Agisme

Uit Wikifysio
Versie door Wsillen (Overleg | bijdragen) op 6 jul 2010 om 10:27 (Nieuwe pagina aangemaakt met 'Inleiding tot het probleem van het “agisme” ==Inleiding== Het probleem van de vergrijzing van de bevolking staat sinds het begin van de jaren 1990 in het middelpu...')

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding tot het probleem van het “agisme”

Inleiding

Het probleem van de vergrijzing van de bevolking staat sinds het begin van de jaren 1990 in het middelpunt van de belangstelling. De leeftijdspiramide is een rechthoek geworden! De verbetering van de volksgezondheid en de levensstandaard, de daling van het geboortecijfer, de babyboom na de Tweede Wereldoorlog zijn enkele van de belangrijkste oorzaken. Het probleem treft niet alleen de rijkere landen, maar ook de andere, die terzelfder tijd geconfronteerd worden met ontwikkelings- en demografische problemen. Het meest besproken probleem in de samenleving is de vraag wie de pensioenen zal betalen. Wij zullen ons hier niet buigen over het economisch aspect, maar stellen ons in de plaats van de werknemer die ouder wordt en de mogelijkheden inzake werk en pensioen moet onderzoeken. Wij verkiezen de omschrijving 'oudere persoon' boven 'oude persoon'. Uiteraard is men altijd ouder dan iemand anders en kan de leeftijd hiermee niet worden bepaald, maar wij verstaan hier onder 'oudere personen', de personen tussen 45 (de leeftijd die in bepaalde antidiscriminatiewetgevingen wordt vermeld) en 65 (traditionele pensioenleeftijd) jaar. Wij zullen deze categorie van mensen aanduiden met O+. Met deze wat onpersoonlijke afkorting voorkomen wij de veelvuldige herhaling van de term 'oudere persoon', die te uitdrukkelijk het accent legt op de leeftijd. De belangrijkste vraag die in industriële middens gesteld wordt, is of een O+ nog even doeltreffend en rendabel is als voorheen.

Het antwoord is soms negatief, wat ondernemingen die voortdurend herstructureren, ertoe aanzet deze, bovendien te dure, werknemer met pensioen te laten gaan. De volgende tabel geeft een overzicht van enkele vooroordelen die gangbaar zijn op de arbeidsmarkt.

Vooroordelen

Enkele vooroordelen over de arbeidscapaciteit Vooroordelen: de O+

Negatief

  • hebben niet meer de nodige kennis
  • hebben geen zin meer om te leren
  • zijn geen goede investering
  • zijn verstard in hun denken en gedragingen
  • zijn moeilijk te 'coachen'
  • passen zich minder goed aan verandering aan

Positief

  • zijn minder vaak afwezig
  • zijn bekwamer
  • zijn plichtsbewuster
  • zijn loyaler en trouwer
  • zijn stabieler
  • zijn meer gemotiveerd
  • verliezen minder tijd

Al die vooroordelen worden samengevat onder de noemer 'agisme'. Racisme was hét probleem van de 19de eeuw en seksisme dat van de 20ste eeuw, het agisme dreigt het probleem van de 21ste eeuw te worden.

Discriminatie naar leeftijd

Tussen die drie vormen van discriminatie is er een overduidelijke parallel, maar zijn er ook enkele verschillen:

  • Wij worden allen O+ en zullen dan geconfronteerd worden met discriminatie door

anderen, en die anderen zullen dan zijn wat wij nu zijn.

  • Het agisme kan niet alleen tegen de anderen, maar ook tegen zichzelf gericht zijn,

zoals wij hierna zullen zien. De term 'agisme' dook in 1969 op in de VS, en werd omschreven als het proces van vooroordelen en discriminatie tegen personen om de eenvoudige reden dat zij ouder zijn. Later werd de betekenis uitgebreid tot discriminatie tegenover eender welke leeftijdsgroep (jonger of ouder).Wij beperken ons hier echter tot agisme ten aanzien van O+. De betekenis werd ook uitgebreid tot de vooroordelen en discriminatie, niet alleen tegenover (negatief), maar ook ten gunste van (positief) oudere personen. Recenter tekende zich een ogenschijnlijk tegenstrijdige, maar eigenlijk op dezelfde elementen gebaseerde tendens af van het 'nieuwe agisme', waarbij de oudere persoon behandeld wordt met een ijver die naar neerbuigendheid neigt, en met te veel aandacht en toewijding wordt omringd. De vooroordelen of clichés vertonen de volgende hoofdkenmerken:

  • Het zeer sterk overtrokken beeld van bepaalde kenmerken
  • Het ontbreken van een wetenschappelijke basis of de overdrijving van de biologische

gevolgen van de veroudering

  • Hun onherroepelijke aspect: het proces lijkt onontkoombaar te zijn.
  • Het niet in overweging nemen van individuele verschillen.