Effectiviteit van oefentherapie en andere vormen van fysiotherapie bij mensen met een neuromusculaire aandoening

Uit Wikifysio
Versie door 212.26.213.101 (Overleg) op 3 aug 2009 om 13:34

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van oefentherapie en andere vormen van fysiotherapie bij mensen met een neuromusculaire aandoening:


Wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van oefentherapie en andere vormen van fysiotherapie bij mensen met een neuromusculaire aandoening

Edith Cup, Allan Pieterse, Jessica Pastoor, Marten Munneke, Baziel van Engelen, Henk Hendricks, Gertjan van der Wilt, Rob Oostendorp UMC St Radboud Nijmegen


Achtergrond: Er zijn ongeveer 600 verschillende neuromusculaire aandoeningen (NMA). Er bestaat veel onduidelijkheid over het nut en de noodzaak, de doelen, de inhoud en de intensiteit van fysiotherapie interventies bij verschillende NMA. Eerder uitgevoerde Cochrane reviews resulteerden in onvoldoende bewijs voor de effectiviteit van fysiotherapie interventies (Ashworth et al., 2006; van der Kooi, et al., 2005; White et al., 2004). Deze reviews beperkten zich tot een bepaald type NMA of een specifieke fysiotherapie interventie. Ook werden alleen (gerandomiseerde) gecontroleerde studies geïncludeerd. Ons doel was om al het beschikbare bewijs over welke vorm van fysiotherapie dan ook bij verschillende NMA te verzamelen, te beoordelen en samen te vatten.

Vraagstelling: Welk wetenschappelijk bewijs is er voor de effectiviteit van fysiotherapie bij mensen met een NMA?

Methode: Een systematische review werd uitgevoerd. Hierbij werden de volgende databanken geraadpleegd: Cochrane library, MEDLINE, CIHNAL, en EMBASE. De zoekstrategie bestond uit vier delen: 1) een zoekstrategie naar (gerandomiseerde) gecontroleerde studies (RCTs en CCTs) ; 2) een zoekstrategie naar andere (ongecontroleerde) studies; 3) een zoekstrategie naar verschillende NMA; en 4) een zoekstrategie naar fysiotherapeutische interventies. Uitkomstmaten dienden te zijn gesteld op niveau van functies of activiteiten en participatie. Twee reviewers gaven onafhankelijk een oordeel over de in- en exclusie van de artikelen. De methodologische kwaliteit van de artikelen werd eveneens door twee onafhankelijke reviewers beoordeeld. De RCTs en CCTs en alleen de andere designs met voldoende methodologische kwaliteit werden opgenomen in de ‘best evidence synthese’. Een niveau van bewijs werd toegekend aan de onderzochte fysiotherapie interventies voor de verschillende NMA.

Resultaten: 58 studies werden geïncludeerd, waarvan 12 RCTs, 5 CCTs en 41 ongecontroleerde studies. Negentien van de 58 werden geëxcludeerd in verband met hun beperkte methodologische kwaliteit. De best evidence synthese leidde tot bewijs van niveau 2 (het is aannemelijk dat…) voor de effectiviteit van aerobe training in combinatie met spierversterkende oefeningen bij mensen met een spieraandoening. Daarnaast is er bewijs van niveau 3 (er zijn aanwijzingen dat…) voor de effectiviteit van aerobe training voor mensen met het postpoliosyndroom of spieraandoeningen. Ook zijn er aanwijzingen (niveau 3 bewijs) voor de effectiviteit van ademhalingsoefeningen (‘pursed lips’) bij mensen met een spieraandoening. In vrijwel alle artikelen werd de afwezigheid van schadelijke effecten gerapporteerd. Er is onvoldoende bewijs gevonden voor de effectiviteit van spierversterkende oefeningen bij verschillende NMA. Er zijn geen studies gevonden over de effectiviteit van functionele elektrostimulatie of van oefentherapie met als doel om de mobiliteit (bijvoorbeeld lopen, transfers) te verbeteren.

Conclusies en aanbevelingen: De effectiviteit van fysiotherapie bij NMA is beperkt aangetoond. Meer uniformiteit in type en intensiteit van fysiotherapie interventies is gewenst, evenals meer uniformiteit in uitkomstmaten om in de toekomst onderzoeksresultaten beter met elkaar te kunnen vergelijken en statistisch te kunnen poolen. Een internationale classificatie van fysiotherapie verrichtingen en een ICF core set met bijbehorende meetinstrumenten voor NMA worden aanbevolen.



Referenties Ashworth NL, Satkunam LE, Deforge D. Treatment for spasticity in amyotrophic lateral sclerosis/motor neuron disease. Cochrane Database of Systematic Reviews 2004, Issue 1. Art. No.: CD004156. DOI: 10.1002/14651858.CD004156.pub3

van der Kooi EL, Lindeman E, Riphagen I. Strength training and aerobic exercise training for muscle disease. Cochrane Database of Systematic Reviews 2005, Issue 1. Art. No.: CD003907. DOI: 10.1002/14651858.CD003907.pub2

White CM, Pritchard J, Turner-Stokes L. Exercise for people with peripheral neuropathy. Cochrane Database of Systematic Reviews 2004, Issue 4. Art. No.: CD003904. DOI: 10.1002/14651858.CD003904.pub2

Cup EH, Pieterse AJ, Ten Broek-Pastoor JM, Munneke M, van Engelen BG, Hendricks HT, van der Wilt GJ, Oostendorp RA. Exercise therapy and other types of physical therapy for patients with neuromuscular diseases: a systematic review. Arch Phys Med Rehabil. 2007 Nov;88(11):1452-64.