Knietesten, gestandaardiseerd

Uit Wikifysio
Versie door 84.25.39.171 (Overleg) op 23 jun 2009 om 07:19

Ga naar: navigatie, zoeken

Anterior drawer test:

  • Gestandaardiseerde benaming: Schuiflade test naar ventraal in 90º flexie
  • Uitgangshouding: de patiënt ontspannen in ruglig
  • Uitvoering: De moeilijkheid van deze test is het bepalen van de neutrale start positie als de ligamenten

beschadigd zijn. De patiënt zijn knie is 90 graden geflecteerd en de heup is 45 graden geflecteerd. In deze positie is de anterior crurium ligament, voorste kruisband bijna parallel aan het tibia plateau. De voet van de patiënt wordt gezet op de tafel naast de onderzoeker die op de tafel zit. De fysiotherapeut zit op de patiënt zijn voorvoet en de voet is geplaatst in een neutrale rotatoire positie.

  • Resultaat test: De fysiotherapeut zijn handen worden rond de tibia geplaatst. Met deze handen

palpeert de fysiotherapeut de hamstrings om zeker te maken dat deze ontspannen zijn. De tibia wordt dan naar voren getrokken ten op zichten van het femur. Normaliter zou de uitslag van de beweging circa 6 mm. zijn.


Posterior drawer test:

  • Gestandaardiseerde benaming: Schuiflade test naar dorsaal in 90º flexie
  • Uitgangshouding: De patiënt ontspannen in ruglig
  • Uitvoering: De patiënt ligt gesupineerd en de onderzoeker houdt beide benen omhoog terwijl de

knieën en heup 90 graden geflecteerd zijn.

  • Resultaat test: Indien er een posterieure instabiliteit is dan is er een posterieure verzakking van de

tibia te zien. Indien er manuele posterieure druk wordt toegepast, wordt de verzakking groter.


Lachman test:

  • Gestandaardiseerde benaming: Schuiflade test naar ventraal in 30º flexie
  • Uitgangshouding: de patiënt ontspannen in ruglig
  • Uitvoering: Knie wordt door de ft gebogen in 30 graden en daarna schuiflade naar ventraal.

Resultaat test: Positief indien er een verschuiving van de tibia ten op zichten van het femur (na het uitsluiten van letsel achterste kruisband)


Pivot shift test:

  • Gestandaardiseerde benaming: Passieve angulaire beweging vanuit max. endorotatie naar 90º flexie
  • Uitgangshouding: de patiënt ontspannen in ruglig. Het been van de patiënt wordt gesteund door de

behandeltafel. De fysiotherapeut omvat de enkel van de patiënt met de homolaterale hand en geeft axiale druk. Met de hand wordt het tibiakopje naar anteromediaal gedrukt.

  • Uitvoering: Nu wordt de homolaterale hand de knie ge-endoroteerd en geflecteerd (onder axiale druk).

Resultaat test: positief indien de knie tussen de 30 graden en 50 graden terugschiet vanuit de subluxatiestand (laterale tibiaplateau naar ventraal door uitgangshouding test)


McMurray test:

  • Gestandaardiseerde benaming: Gecombineerde passieve angulaire beweging vanuit max. flexie,

max. endorotatie en valgus vanuit eindstand naar 90º flexie

  • Uitgangshouding: de patiënt ontspannen in ruglig
  • Uitvoering: de homolaterale hand van de fysiotherapeut houdt de voet van de patiënt vast en flecteert

de knie maximaal. De homolaterale hand van de fysiotherapeut wordt geplaatst op de knie van de patiënt met de vingers op de mediale gewrichtsspleet. De fysiotherapeut geeft valgus-extensiedruk. De homolaterale hand van de fysiotherapeut exoroteert het onderbeen. Nu wordt de knie gestrekt, terwijl de valgusdruk wordt gehandhaafd. Indien de beweging wordt uitgevoerd met varusendorotatiedruk wordt meer de nadruk gelegd op het testen van de laterale meniscus.

  • Resultaat test: positief indien een palpabele of hoorbare klik optreedt, is er mogelijk sprake van een

mediale meniscuslaesie (achterhoorn).


Varus stress test

  • Gestandaardiseerde benaming: Passieve angulaire beweging naar adductie knie in 0º en 30º flexie

Uitgangshouding: de patiënt ontspannen in ruglig

  • Uitvoering: testen van de laterale instabiliteit. Dit houdt in dat de tibia beweegt (gaps) ten opzichte van

het femur aan de laterale zijde. De fysiotherapeut geeftvalgus stress (drukt de knie naar lateraal) terwijl de enkel is gestabiliseerd in lichte mediale rotatie. Homolaterale hand bij de knie geeft varus stress en de heterolaterale enkel drukt naar mediale zijde. De knie wordt eerst getest in volledige extensie en vervolgens in 30 graden flexie.

  • Resultaat test: positief indien de tibia beweegt ten op zichten van het femur in excessieve

hoeveelheden indien varus stress wordt toegepast.


Valgus stress test

  • Gestandaardiseerde benaming: Passieve angulaire beweging naar abductie knie in 0º en 30º flexie
  • Uitgangshouding: de patiënt ontspannen in ruglig

Uitvoering: testen van de mediale instabiliteit. Dit houdt in dat de tibia beweegt (gaps) ten opzichte van het femur aan de mediale zijde. De fysiotherapeut geeft valgus stress (drukt de knie naar mediaal) terwijl de enkel is gestabiliseerd in lichte laterale rotatie. Homolaterale hand bij de enkel en de heterolaterale hand geeft valgus stress. De knie wordt eerst getest in volledige extensie en vervolgens in 30 graden flexie.

  • Resultaat test: positief indien de tibia beweegt ten op zichten van het femur in excessieve

hoeveelheden indien valgus stess wordt toegepast. Graad 1: 0-5 mm Graad 2: 5-10 mm Graad 3> 10 mm


Posterior sag sign:

  • Gestandaardiseerde benaming: Observatie in 90º flexie heup en 90º flexie knie
  • Uitgangshouding: de patiënt ligt gesupineerd met de heup 45 graden geflecteerd en de beide knieën

90 graden geflecteerd.

  • Uitvoering: in deze positie de tibia valt terug of zakt terug ten opzichte van het femur als de achterste

kruisband gescheurd is. Resultaat test: normaliter steekt het mediale tibia plateau ongeveer 1 cm uit ten opzichte van de anteriore femur condyle. Posterior tibiale verplaatsing zijn aantoonbaar indien de knie geflecteerd is van 90 tot 110 graden. Dit is een test voor posterior instabiliteit.