McKenzie therapie

Uit Wikifysio
Versie door Wsillen (Overleg | bijdragen) op 8 apr 2010 om 08:57

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding

Hoewel de revalidatiemethode van Robin McKenzie al heel wat jaren bestaat, is ze voor heel wat fysiotherapeuten/kinesitherapeuten nog steeds een onbekende. Ze heeft haar deugdelijkheid intussen wel bewezen, en wordt in tal van landen toegepast: Zwitserland, Finland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië, Nederland en Belgie.

Velen denken dat het gaat om een onbewezen revalidatiemethode, uitsluitend gebaseerd op extensieoefeningen voor de wervelkolom.

McKenzie.JPG Enkele McKernzie oefeningen

Er komt echter heel wat meer bij kijken.

De methode is niet enkel bedoeld voor rugklachten, maar ook voor mensen met pijn in de nek of de borstkas. Het oefenprogramma is gebaseerd op een grondig onderzoek van de wervelkolom, en gebeurt hetzij in extensie, hetzij in flexie (naargelang de patiënt), eventueel na ‘uitlijnen’ van de ruggengraat. De extensieoefeningen voor de ruggengraat hebben bij bepaalde patiënten met rugklachten inderdaad tot zeer goede resultaten geleid, zoals het verdwijnen van de pijnsymptomen. Daardoor heeft de methode ongetwijfeld een uitstekende reputatie verworven.


Achtergrondinformatie

Robin McKenzie is een "Physical Therapist" uit Nieuw-Zeeland, die meer dan veertig jaar van zijn leven heeft gewijd aan het uitwerken en verbeteren van zijn revalidatiemethode. Hij kreeg het idee voor de methode na een onbedoelde ‘behandeling’ tijdens een kinesitherapiesessie. Een patiënt met uitstralende pijn in het been voelde zich stukken beter nadat hij in een verkeerde houding op de behandelingstafel was gaan liggen (op de buik en in hyperextensie). De verbaasde McKenzie wilde dit verschijnsel doorgronden en besloot verder onderzoek te verrichten. Hij ging inzien dat er uiteenlopende syndromen bestaan, die elk een eigen behandeling vereisen, naargelang de pijn en de beperkingen van de betrokken patiënt.


De syndromen

Er worden verschillende syndromen beschreven. Hun "diagnostiek" zal bepalend zijn voor de behandeling.

1. Posturaal syndroom

Er is geen bestaande specifieke pathologie. De pijn is periodiek (nooit aanhoudend!) en treedt allen op bij het langdurig uitrekken van de zachte weefsels (tussenwervelschijven, ligamenten, spieren). De pijn verspreidt zich langzaam en geleidelijk, en is gelokaliseerd en symmetrisch (meestal daar waar de nekwervels de borstkas raken, in het midden van de thorax of in de onderrug). In de loop van de tijd verslechtert de situatie en manifesteert de pijn zich met steeds kortere tussenpozen. De pijn trekt weg en verdwijnt zelfs wanneer de uitrekking wordt stopgezet en men dus opnieuw een correcte houding aanneemt. De pijn wordt nooit gevoeld tijdens activiteiten of bij bewegingen.

Meest voorkomende oorzaken

  • Extreem doorgebogen zithouding
  • Voorover buigen
  • Slechte houding ("doorzakken").

Mechanisme

Gedurende enkele minuten verdragen de spieren een dergelijke gebogen houding. Uiteindelijk ontspannen zij zich (vermoeidheid), en nemen de ligamenten de druk over. Een overdreven uitrekking van deze structuren leidt op termijn tot mechanische vervormingen (microletsels).

Profiel

De patiënt is jonger dan 30, leidt een zittend leven, is niet sportief.

Behandeling

Corrigeren van de houding en verlichten van de pijn in het weefsel. Aanleren van een goede levenshygiëne (rugbescherming).

2. Het disfunctiesyndroom

Er zijn micro-letsels ter hoogte van de zachte weefsels. Deze "mechanische vervormingen" komen niet aan het licht tijdens een geneeskundig onderzoek (en dus kunnen we onmogelijk weten welke structuren zijn aangetast, behalve wanneer ook zenuwen werden geraakt). De pijn manifesteert zich meestal ‘s ochtends en vermindert naarmate de dag vordert. Hij wordt direct voelbaar bij de uiterste bewegingsuitslag, maar nooit tijdens de beweging zelf. Daarna treedt de pijn steeds sneller op, in verhouding tot de verminderde mobiliteit. Hij is zowel voelbaar in statische als in dynamische houdingen, zowel bij "normale" als "abnormale" bewegingen. De pijn straalt nooit uit naar de ledematen (behalve wanneer er vergroeiingen zijn ter hoogte van het zenuwweefsel) en verdwijnt bij het beëindigen van de uitrekking.

Oorzaken

De ontwikkeling van dit verschijnsel is een geleidelijk proces, waar de patiënt zich niet van bewust is. De oorzaken zijn dezelfde als bij het posturaal syndroom, dus:

  • Extreem doorgebogen zithouding
  • Voorover buigen
  • Slechte houding ("doorzakken").

Mechanisme

De weefsels hebben hun elasticiteit, hun rekbaarheid verloren of zijn ingekort door de vorming van littekenweefsel (ten gevolge van herhaalde micro-traumatismen veroorzaakt door lange tijd rechtop staan of door repetitieve bewegingen). Ook vergroeiingen en fibroses kunnen aan de basis liggen van een verminderde bewegingsuitslag. Het verschijnsel wordt in de hand gewerkt door een gebrek aan beweging. Naast de verminderde bewegingsuitslag stellen we ook een vermindering van de spierkracht vast. De bewegingen zijn niet langer symmetrisch. In deze toestand, kan de patiënt aanleg vertonen tot het ontwikkelen van een derangementsyndroom.

Profiel

De patiënt is ouder dan 30 (behalve wanneer er sprake is van een trauma of een derangement). Hij leidt een zittend leven, neemt geen lichaamsbeweging. Zijn beroepsbezigheden vereisen weinig beweging, en hij verandert weinig van houding (kantoorwerk, chauffeur,…).

Behandeling

Het is belangrijk om de bewegingen te testen, zodat een oefenprogramma kan worden opgesteld. Correctie van de houdingen en de patiënt vertrouwd maken met de principes van rugbescherming.

3. Het "derangement"-syndroom

Dit syndroom is het gevolg van een verstoring en/of verplaatsing van een wervelsegment. We onderscheiden twee grote groepen derangementsyndromen: de posterieure derangementen en de anterieure derangementen. We maken eveneens een onderscheid tussen 6 types anterieure derangementen. De derangementen worden gedefinieerd overeenkomstig hun oorsprong (soort pijn die de patiënt ervaart, lokalisatie,… ) en het voorafgaand onderzoek.

  • a) Het posterieur derangementsyndroom:

Wordt veroorzaakt door een posterieure verstoring van de tussenwervelschijf. Dit disfunctiesyndroom komt het vaakst voor, en wordt veelal veroorzaakt door (zittend of staand) lange tijd een gebogen houding aan te houden.

Bewegingen in flexie zijn pijnlijk en beperken de dagelijkse activiteiten.

  • b) Het anterieur derangementsyndroom:

Wordt veroorzaakt door een voorwaartse of lateraal-voorwaartse verstoring van de discus.

Activiteiten waarbij de patiënt lange tijd rechtop moet blijven staan, zijn moeilijk en pijnlijk (lopen, strijken, …).

Komt minder vaak voor, wat te verklaren zou zijn door 2 hypotheses:

  • Het voorste deel van de discus wordt bedekt door een zeer sterk ligament: het ligamentum longitudinale anterius.
  • Onze manier van leven veroorzaakt meer "stress" in flexie en dus meer problemen ter hoogte van de onderrug.

De pijn treedt bruusk op en verdwijnt na enkele dagen, waarbij slechts een beperkte hinder overblijft. De pijn is vooral voelbaar tijdens de eerste uren van de dag. Hij beperkt zich niet tot een bepaalde streek en verplaatst zich meestal van de ene kant naar de andere, zowel distaal als proximaal (is vooral het geval bij posterieure derangementsyndromen). Dit soort pijn is vaak blijvend, en geen enkele houding brengt verlichting. Hij wordt erger bij bepaalde bewegingen, maar neemt bij de tegengestelde beweging weer af.

Opmerking: patiënten met een licht derangement voelen zich vaak beter zolang ze in beweging zijn; patiënten met een zwaarder derangement vinden soelaas in een vermindering van de druk ter hoogte van de discus (liggende houding).

Oorzaken

Aanhoudend slechte houdingen, herhaalde slechte bewegingen tasten op termijn de structuur van de tussenwervelschijf aan.

Mechanisme

Bij bewegingen of bij een slechte houding (vooral in flexie) wordt het drukevenwicht op het niveau van de ruggengraat verstoord. Binnen de discus verschuift de nucleus pulposus naar een zone met minder druk. Na terugkeer naar de fysiologische houding, keert de kern langzaam terug naar zijn initiële positie. De terugkeer kan worden versneld door tractie of compressie in de tegenovergestelde richting.

Bij het derangementsyndroom is het evenwicht tussen de drie steunpunten van de ruggengraat verstoord door de slechte positie van de nucleus. Zolang het evenwicht niet hersteld is, zijn bepaalde structuren onderhevig aan mechanische vervorming, wat tot pijn leidt.

Profiel

De patiënt is tussen 20 en 55 jaar oud (voor rugklachten) of tussen 12 en 55 jaar oud (voor nekklachten). De posterieure derangementen (lumbaal!) komen vaker voor bij mannen (vrouwen hebben aanleg tot een meer uitgesproken kromming).

Behandeling

Net als bij de andere syndromen, is het uiteraard belangrijk na te gaan voor welke beweging(en) revalidatie vereist is. Alvorens met de oefeningen te starten, moeten we het derangement terugdringen. Advies over ergonomie en rugbescherming zijn ook hier noodzakelijk. Opmerking: het centralisatiefenomeen:

Tijdens de oefeningen vermindert en verdwijnt de pijn in het been. In plaats daarvan voelt de patiënt nu een hevige pijn in de lenden. Dat noemen we de centralisatie. Dit verschijnsel treedt uitsluitend op tijdens het terugdringen van het probleem bij derangementsyndromen. Onderzoeken wijzen op een sterke correlatie tussen het centralisatieverschijnsel en het slagen van de behandeling of, omgekeerd, het gebrek aan centralisatie en slechte resultaten. (Donelson 1990). Vanuit klinisch oogpunt gaan patiënten sneller centraliseren bij extensie- dan bij flexiebewegingen.


Het onderzoek

Het voorafgaand onderzoek bepaalt de krachtlijnen van de behandeling. Het bepaalt de te volgen strategie, welke bewegingen opnieuw moeten worden aangeleerd,… Na de gebruikelijke vragen (algemene informatie, anamnese, pijnsymptomen), omvat het eigenlijke onderzoek een observatie van de houdingen, de mobiliteit, de eventuele neurologische deficiënties,…

Houding

Analyse van de zit- en de stahouding, observatie van de lordose (in de rug of nek), laterale afwijkingen (al dan niet antalgisch),... Bewegingsverlies De test bestaat uit het peilen naar de bewegingsuitslag in flexie, in extensie en lateraal (slide gliding). Mobiliteitstests

De therapeut gaat na hoe de pijn reageert bij verschillende bewegingen, in liggende en staande houding, en dit vóór, tijdens en na de test. Op dat moment kunnen we nagaan of de pijn optreedt tijdens de bewegingen of enkel op het einde ervan, en of de oefeningen verlichting brengen dan wel de pijn erger maken.

Statische tests

Worden alleen uitgevoerd bij vermoeden van posturale syndromen, waarbij de pijn slechts optreedt na het lang aanhouden van een verkeerde houding. Worden getest: de zit-, sta- en lighouding.

Neurologie

Peilen naar motorische of sensoriële deficiënties, reflexen,…

Differentiaal diagnose

Onderzoek van de heupen, de sacro-iliacale streek, het bekken,...


De oefeningen

Aanleren van een correcte houding voor de rug- en nekwervels terwijl de patiënt zit en staat. Houding van de rug- en nekwervels in extensie en in flexie. Beweging (in extensie en in flexie, van de rug- en nekwervels). Zelfbehandeling: de patiënt moet in staat zijn de oefeningen thuis te herhalen, meerdere keren per dag. Het is van belang dat hij probeert de adviezen voor rugbescherming toe te passen die hij van zijn therapeut heeft gekregen.

Zie ook: