PNF, technieken

Uit Wikifysio
Versie door Wsillen (Overleg | bijdragen) op 26 jul 2013 om 10:44 (Youtube)

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

PNF

Inleiding

Proprioceptieve Neuromusculaire Facilitatie ‘De PNF is een behandelingsfilosofie. Het uitgangspunt van deze filosofie is dat alle menselijke wezens, dus ook cliënten, over latente motorische mogelijkheden beschikken, die men via facilitatie kan stimuleren en activeren.’ (Beckers, Buck et al. 1998) De Proprioceptieve Neuromusculaire Facilitatie (PNF) is ontwikkeld door Dr. H. Kabat, een Amerikaanse arts en neurofysioloog. Later werkte hij samen met oefentherapeute M. Knott. Deze samenwerking leidde uiteindelijk tot de oorsprong van dit behandelconcept. Later is het behandelconcept verder ontwikkeld en praktische oefenmethoden werden gegeven door de samenwerking van mevr. M. Knott en mevr. D. E. Voss. (Feldkamp & Danielcik 1977) Bij dit concept worden voortdurend 3 behandelprincipes gehandhaafd:

  • Een positieve benadering ten opzichte van de cliënt.
  • Het voornaamste behandeldoel is het optimaal functioneren van de cliënt.
  • Elke behandeling is gericht op de totale mens en niet op een specifiek probleem of lichaamsdeel.

‘Het doel van de PNF-technieken is het functioneel bewegen te bevorderen doormiddel van faciliteren, inhibiëren, versterken of door het ontspannen van spiergroepen.’ (Beckers, Buck et al. 1998)

De doelen van het PNF-concept ten behoeve van de cliënt zijn:

  • de bewegingsmogelijk vergroten en de stabiliteit verbeteren;
  • bewegingen sturen doormiddel van het hanteren van de juiste handgrepen (facilitatie) en door

optimale weerstand;

  • gecoördineerde bewegingen stimuleren via aangepaste timing of volgorde van prikkeltoediening;
  • het uithoudingsvermogen vergroten en vermoeidheid uitstellen. (Beckers, Buck et al. 1998)

PNF-basisprincipes (ter facilitatie)

De basisprincipes geven de therapeut middelen om de motoriek van de patiënt te stimuleren. Het effect van deze facilitatiemiddelen is niet alleen afhankelijk van de volledige medewerking van de patiënt, maar tevens van de uitvoering door de therapeut. De basisprincipes worden aangewend om bij de patiënt:

  • 1. de bewegingsmogelijkheid te vergroten of om de stabiliteit te verbeteren;
  • 2. de beweging te sturen door middel van de juiste handgrepen en optimale weerstand;
  • 3. gecoördineerde bewegingen te stimuleren via aangepaste timing of volgorde van prikkeltoediening;
  • 4. het uithoudingsvermogen te vergroten en vermoeidheid uit te stellen.

De basisprincipes en hun effect zijn geen geïsoleerde facilitatiemiddelen, maar overlappen elkaar. Zo is bijvoorbeeld weerstand noodzakelijk om het stretch-reflex effectief te maken. Het effect van weerstand verandert naar gelang de lichaamspositie van de therapeut en de richting van het manueel contact. Alle basisprincipes kunnen we toepassen bij patiënten, ongeacht de diagnose. Dit wil niet zeggen dat bepaalde symptomen bij de patiënt geen contra-indicatie kunnen vormen voor een aantal facilitatiemiddelen. Zo zal de therapeut er steeds naar streven om pijn te vermijden. Pijn remt gecoördineerd bewegen en kan wijzen op een letsel of een beschadiging. Zo wordt bijvoorbeeld approximatie niet toegepast op een extremiteit met een niet-geconsolideerde fractuur. Bij onstabiele gewrichten zal de fysiotherapeut omzichtig omspringen met het gebruik van het rekreflex.

Wij onderscheiden de volgende PNF-basisprincipes:

  • 1 weerstand: om de spiercontractie te stimuleren, de motorische controle te verbeteren en de kracht

te vergroten;

  • 2 irradiatie en reinforcement: het bewust benutten van het 'overflow-principe' om zwakke delen te

stimuleren;

  • 3 manueel contact: om de kracht te vergroten en de beweging te sturen door middel van adequate

handgrepen;

  • 4 bodyposition en bodymechanics: om via een goede lichaamshouding met een juiste positie van

armen en handen de beweging van de patiënt te sturen en te controleren;

  • 5 verbaal commando: auditieve prikkels, zoals woorden en stemvolume, faciliteren actieve motoriek;
  • 6 visuele feed-back: visuele controle vergemakkelijkt de bewegingsuitvoering;
  • 7 tractie of approximatie: verlenging of compressie van een extremiteit of de romp faciliteert beweging

of stabiliteit;

  • 8 stretch: rek op een spier en ook gebruik van het rekreflex vergemakkelijkt de spiercontracties en

vermindert vermoeidheid;

  • 9 timing: een correcte volgorde qua prikkeltoediening stimuleert een normale bewegingsvolgorde

(normal timing). Bij 'timing for emphasis' wijkt men hier bewust vanaf;

  • 10 patterns of bewegingsdiagnonalen: dit zijn synergistische bewegingspatronen die inherent zijn aan

een normale functionele beweging. (Beckers, Buck & Adler 1998)

De faciliterende reacties geven aan de zwakste schakel in de keten een overflow van prikkels. De zwakste schakel moet je dus integreren in de neuro – musculaire - artrogene keten. Mogelijkheden van PNF zijn: coördinatie, mobiliseren, spierversterken en stabiliteit.

Technieken

After discharge:

Na-ontlading. Contractie loopt iets door na stoppen stimulatie

Temporal summation:

Snelle opeenvolging van stimuli die vermeerderde excitatie en contractie geeft.

Spatial summation:

Het vermeerderen van excitatie en contractie door het gelijktijdig versterken van subliminale vanuit diverse plekken van het lichaam.

Irradiation

Overflow. Het overvloeien van zenuwimpulsen vanuit sterke synergisten naar zwakkere.

Succesive induction

Verhoogde prikkelbaarheid van de agonist na de contractie van de antagonist.

Reciprocal innervation /Reciprocal inhibitie

Excitatie van de agonist gaat altijd gepaard met een gelijktijdige inhibitie van de antagonist

Stretch reflex

Doel:

  • Faciliteren begin van de beweging
  • Beweging aanleren
  • Verbeteren spierkracht
  • Voorkomen vermoeidheid
  • Vergroten ontspanning

Rithmic Initiation

Doel:

  • Aanleren van beweging
  • Verbeteren van coördinatie en bewegingsgevoel
  • Normaliseren van bewegingssnelheid
  • Ter ontspanning

Repeated contraction / Repeated stretch

Doel:

  • Verbeteren spierkracht, UHV
  • Verminderen spier disbalans agonist en antagonist
  • Verbeteren actieve bewegingsmogelijkheden
  • Ontspannen of verlengen antagonisten
  • Verhogen spiertonus

Slow Reversal

Doel:

  • Verbeteren en vergroten van actieve bewegingsuitslag
  • Verbeteren spierkracht
  • Verbeteren coördinatie
  • Scholing van beweging, propriosepsis.
  • Verbeteren van UHV

Hold Relax (Active – Passive movement)

Doel:

  • Rekkingstechniek
  • Ontspanning van antagonistische spier
  • Vergroten mobiliteit
  • Pijn verminderen

Contract Relax (Active – Passive movement)

Doel:

  • Rekkingstechniek
  • Mobiliteit vergroten door ontspannen verlenging antagonistisch patroon

PNF patronen

PNF Patroon

  • Van --- Naar

Scapula

  • Anterior elevatie Posterior depressie--- Anterior depressie Posterior elevatie

Arm

  • Flexie - abductie - exorotatie--- Extensie - adductie - endorotatie
  • Flexie - adductie - exorotatie--- Extensie - abductie - endorotatie

Pelvis

  • Anterior elevatie Posterior depressie--- Anterior depressie Posterior elevatie

Been

  • Flexie – abductie - endorotatie--- Extensie – adductie - exorotatie
  • Flexie - adductie - exorotatie--- Extensie – abductie - endorotatie

Hoofd hals

  • Flexie - lateroflexie-re. – rotatie-re--- Extensie – lateroflexie-li. – rotatie-li.
  • Flexie – lateroflexie-li. – rotatie-li--- Extensie – lateroflexie-re. – rotatie-re.

Zie ook:

PNF, actualiteitsonderzoek, scriptie

  • [1]
  • PNF in historisch perspectief [2]

PNF boeken Beckers en Buck

  • Born to move[3]

Youtube

  • PNF technieken[4]

Fysieke klachten?

Fysiothrapeut.JPG Raadpleeg uw fysiotherapeut, specialist in beweging [5]

Kine.be.JPG Voor België [6]